Perspectief en nut van de samenwerking

Diverse waterschappen en gemeenten worstelen met de vraag wie formeel verantwoordelijk is voor aanleg, beheer en onderhoud van zuiveringsvoorzieningen voor regenwater. Op de eerste plaats moet de gemeente bepalen welke waterstromen gelden als afvalwater, dat zij via de riolering inzamelt. De gemeente kan besluiten om afstromend regenwater niet in te zamelen, maar te lozen in de bodem of op het oppervlaktewater. Dat is een lokale doelmatigheidsafweging van de gemeente. Nu kunnen de eisen van het waterschap de kosteneffectiviteit van deze maatregel beïnvloeden. Het waterschap kan bijvoorbeeld bepalen dat directe lozing in oppervlaktewater niet toelaatbaar is vanwege de kwaliteit van het afstromende regenwater. Dan kunnen aanvullende zuiveringsvoorzieningen nodig zijn. Of kan het waterschap om extra waterberging vragen. Hierdoor stijgen de kosten van de maatregel en verandert de kosten-batenverhouding. Dit heeft invloed op de genoemde doelmatigheidsafweging van de gemeente. Als deze (aanvullende) kosten te hoog zijn, kan de gemeente besluiten niet af te koppelen.

Aandachtspunten voor het proces

Overigens is afkoppelen van regenwater ook in het belang van de waterbeheerder, want het ontlast de rwzi. De waterbeheerder kan de kosten-batenafweging van de gemeente beïnvloeden door mee te betalen aan de zuiveringsvoorzieningen. Ook kan de waterbeheerder de aanleg en het beheer laten verzorgen. Beide situaties komen voor.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel