Zorgplicht

Net als het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) en het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) bevat ook het Activiteitenbesluit een zorgplichtbepaling (art. 2.1). De zorgplicht komt voor afvalwaterlozingen in de riolering neer op (art. 2.1 lid 1):

  • voorkomen dat afvalwater ontstaat en – als dat niet mogelijk is – zorgen voor doelmatig afvalwaterbeheer;
  • de doelmatige werking van de voorzieningen voor afvalwaterbeheer beschermen (zoals de openbare riolering).

Lozingen in strijd met de zorgplicht zijn verboden. Zo mogen bedrijven geen olie in het riool lozen en ook geen huishoudelijk afvalwater of ander vuil water in een hemelwaterriool lozen.

Preventieve maatregelen

Voor alle lozingen geldt dat de lozer verontreiniging van afvalwater moet voorkomen door preventieve maatregelen te nemen. Het bevoegd gezag (meestal de gemeente) beoordeelt of de lozer voldoende maatregelen neemt en daarmee voldoet aan de zorgplicht.

Maatwerkvoorschriften om zorgplicht te concretiseren

Het bevoegd gezag (meestal de gemeente voor lozingen in de riolering en bodem, de waterbeheerder voor lozingen in oppervlaktewater) mag maatwerkvoorschriften stellen aan individuele lozingen. Een maatwerkvoorschrift is bedoeld om in een bepaalde situatie de zorgplicht te concretiseren. Het is immers voor bedrijven niet altijd duidelijk of ze wel of niet aan de zorgplicht voldoen.
 
N.B. De zorgplicht (en daarmee de mogelijkheid om maatwerkvoorschriften te stellen) geldt niet als er al expliciete lozingsregels staan in het Activiteitenbesluit. Zo is het bijvoorbeeld op grond van artikel 4.72 verboden om kwik te gebruiken bij metaalbewerking. Als een bedrijf toch kwik gebruikt, is dat in strijd met artikel 4.72 en niet (ook) met de zorgplicht. Dit is vooral belangrijk voor de wettelijke grondslag bij handhavingsbesluiten. Noemt de gemeente daarin ten onrechte 'in strijd met de zorgplichtbepaling' als reden voor handhaving, dan kan dat bij de rechter problemen opleveren.

Beperkingen maatwerkvoorschriften over de zorgplicht

De mogelijkheid om maatwerkvoorschriften te stellen om de zorgplicht te concretiseren, is beperkt tot aspecten van de activiteit die niet uitputtend zijn geregeld in de andere hoofdstukken van het Activiteitenbesluit. Bij lozingen zijn alle stoffen waarvoor in de artikelen van het besluit emissiegrenswaarden staan, uitputtend geregeld. Op grond van artikel 3.1 mag een bedrijf bijvoorbeeld bij een bodemsanering niet meer dan 500 microgram minerale olie per liter grondwater lozen in de hemelwaterriolering. De lozing van minerale olie is daarmee uitputtend geregeld, dus kan de gemeente geen maatwerkvoorschrift op grond van de zorgplicht stellen. Maar in artikel 3.1 staan niet voor alle mogelijke stoffen die in verontreinigd grondwater kunnen zitten emissiegrenswaarden. Daarom kan de gemeente wel op grond van de zorgplicht een maatwerkvoorschrift vaststellen voor bijvoorbeeld het gehalte arseen in het te lozen grondwater.

Maatwerk om af te stemmen op lokale situatie

Overigens bieden de artikelen over lozingen in de hoofdstukken 3 en 4 van het Activiteitenbesluit soms ook mogelijkheden om een maatwerkvoorschrift te stellen. Dat zijn dan geen maatwerkvoorschriften om de zorgplicht te concretiseren, maar voorschriften waarmee de algemene regels zijn af te stemmen op de lokale situatie. Zo staat in artikel 3.2 lid 6 dat het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift een hoger gehalte aan zwevende stof kan toestaan of een lager gehalte aan ijzer kan voorschrijven bij grondwaterlozingen in de hemelwaterriolering.

Heeft u suggesties? Laat het ons weten!

Stuur uw suggestie.
Vorige artikel Volgende artikel