Het Activiteitenbesluit, het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) en het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) bevatten alle drie een zorgplichtbepaling. Kort gezegd moet degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat zijn handelen nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, doen wat redelijkerwijs nodig is om die gevolgen te voorkomen. Of als dat niet kan, om die gevolgen zo veel mogelijk tegen te gaan. Op grond van de zorgplichtbepaling kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften vaststellen voor de te nemen maatregelen (mits de lozing niet uitputtend geregeld is in de artikelen van het besluit). Omdat in de besluiten ook regels staan voor directe lozingen in het oppervlaktewater en de bodem, is de zorgplichtbepaling ook relevant voor die lozingen.

Zorgplicht Blah (art. 4)

Volgens de toelichting op het Blah betekent de zorgplicht in dit besluit onder meer dat bij een gescheiden rioolstelsel de beide afvalwaterstromen op het goede stelsel moeten aansluiten. Foutieve aansluitingen belemmeren immers een doelmatige werking van de stelsels. Ook het doorspoelen van toiletdoekjes of frituurvet is in strijd met de zorgplicht. Toiletdoekjes horen in de vuilnisbak en frituurvet kun je recyclen (of eventueel met het vaste restafval weggooien). De gemeente kan maatwerkvoorschriften vaststellen voor de te nemen maatregelen of om rechtstreeks handhavend op te treden (zie ook Zorgplichtbepaling en maatwerkmogelijkheid).

Vangnetfunctie

De zorgplicht voor lozers heeft een vangnetfunctie voor situaties die niet concreet zijn geregeld. Zo zijn bijvoorbeeld bij het lozen van grondwater afkomstig van bronneringen in de hemelwaterriolering wel de maximale gehalten zwevende stof en ijzer voorgeschreven, maar niet het maximale debiet (de hoeveelheid water). Dat laatste valt dus onder de zorgplicht: lozers mogen niet zó veel water lozen dat het hemelwaterriool overbelast raakt. Tegen handelingen in strijd met de zorgplicht kan het bevoegd gezag optreden met handhavingsmaatregelen (last onder bestuursdwang, last onder dwangsom). Wel moet het dan goed motiveren waarom de lozer de zorgplicht heeft geschonden. Dat komt vooral doordat de plicht in algemene en behoorlijk vage termen is geformuleerd, want wat is ‘redelijkerwijs’ en wat betekent ‘zo veel mogelijk’? (Zie ook de pagina Repressieve handhaving). 

Verschil tussen zorgplicht lozers en gemeenten

De zorgplicht voor lozers verschilt duidelijk van de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afval-, hemel- en grondwater. De zorgplicht geldt voor iedereen die loost (dus ook voor de gemeente, bij lozingen uit het rioolstelsel) en is bedoeld om een vangnet te bieden voor situaties die niet specifiek in de lozingsbesluiten zijn geregeld (zie hierboven). De gemeentelijke zorgplichten zijn geen vangnet, maar een omschrijving van een publiekrechtelijke taak. De gemeente moet bijvoorbeeld zorgen voor de doelmatige inzameling en verwerking van overtollig hemelwater als, kort gezegd, van de ontdoener hiervan in redelijkheid niet nog meer gevraagd kan worden (zie art. 3.5 Waterwet).

N.B. De zorgplicht geldt alleen voor lozingen die onder algemene regels vallen, dus niet bij lozingen die vergunningplichtig zijn. In dat laatste geval moet het bevoegd gezag handhaven op overtreding van de vergunningvoorschriften (of zelfs de vergunning intrekken).

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel