Watervergunning en bevoegd gezag

De Waterwet kent één watervergunning voor handelingen in het watersysteem, zoals een directe lozing in oppervlaktewater of een grondwateronttrekking. De Waterwet regelt het beheer van oppervlakte- en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen (waaronder de Kaderrichtlijn Water, zie Waterbeleid Europa).

Bevoegd gezag op grond van de Waterwet zijn de waterschappen voor de regionale wateren en Rijkswaterstaat voor de rijkswateren. Voor enkele grondwateronttrekkingen en infiltraties zijn de provincies bevoegd gezag voor de vergunningverlening: voor bodemenergiesystemen, industriële grondwateronttrekkingen (groter dan 150.000 m3 per jaar) en onttrekkingen voor de openbare drinkwatervoorziening. Dit betekent dat u bijvoorbeeld voor bouwputbemalingen bij het waterschap moet zijn 1, ook al zijn deze bemalingen soms heel erg fors. In de keur staan dan ook regels voor grondwateronttrekkingen en -infiltraties. De vergunning op grond van de waterschapskeur wordt beschouwd en behandeld als een watervergunning.
 
Afvalwaterlozingen zijn geregeld in de drie AMvB's: het Activiteitenbesluit milieubeheer (kortweg Activiteitenbesluit), het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) en het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) (zie Milieuwet- en regelgeving). 

Waterwet en stedelijk waterbeheer

In het kort zijn de belangrijkste consequenties van de Waterwet voor het stedelijk waterbeheer:

  1. zorgplichten hemel- en grondwater;
  2. steeds meer algemene regels in plaats van een watervergunning;
  3. samenwerken op basis van afspraken;
  4. indirecte lozingen en adviesrecht waterbeheerder;
  5. gemeente als eerste overheid en loket voor watervergunning.

Ad 1 Zorgplichten hemel- en grondwater

De Waterwet bevat de gemeentelijke hemel- en grondwaterzorgplichten. Zo moet de gemeente zorgen voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater (art. 3.5 Waterwet). Op grond van de grondwaterzorgplicht moet de gemeente in het openbare, gemeentelijke gebied maatregelen treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zo veel mogelijk te voorkomen of beperken (art. 3.6 Waterwet). Net als de stedelijk afvalwaterzorgplicht zijn ook deze zorgplichten van belang in elke fase van de ruimtelijkeordeningsketen: de bestemmingsfase (denk aan de watertoets), de inrichtingsfase (zoals het bouwrijp maken van gronden) en de beheerfase (bijvoorbeeld het omgaan met wateroverlastproblemen). Meer informatie over de zorgplichten vindt u op de pagina Zorgplichten voor hemel- en grondwater.

Ad 2 Steeds meer algemene regels in plaats van een watervergunning

Ook lozingen in oppervlaktewater zijn zo veel mogelijk via algemene regels gereguleerd. Zo zijn hemelwaterlozingen uit het gemeentelijke rioolstelsel niet vergunningplichtig, want deze vallen onder het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). Het Blbi stelt algemene regels voor onder meer overstortingen en lozingen vanuit hemelwaterriolen. Bepaalde (kleinere) grondwateronttrekkingen zijn in de regel ook via algemene regels gereguleerd (art. 6.3a Waterregeling). Maar als bijvoorbeeld het waterschap voor een onttrekking bevoegd gezag is, moet u de keur van het waterschap raadplegen. Hierin staat wanneer een vergunning- of meldingsplicht geldt.

Ad 3 Samenwerken op basis van afspraken

Wat de relaties tussen overheden onderling betreft, is de Waterwet vooral een samenwerkingswet. De noodzaak tot samenwerking is niet alleen in de beleidspraktijk zichtbaar, maar is ook in juridische zin onderstreept. Artikel 3.8 Waterwet bepaalt dat waterschappen en gemeenten hun taken en bevoegdheden op elkaar afstemmen met het oog op een doelmatig en samenhangend waterbeheer. De Waterwet schrijft niet voor wat en hoe gemeente en waterschap moeten afstemmen. Hierin zijn zij vrij, wat gezien de uiteenlopende lokale problematiek ook logisch is. In de praktijk maken gemeente en waterschap afspraken in onder meer een (regionaal) bestuursakkoord, gemeentelijk waterplan, gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en (afval)waterakkoord. Bij samenwerken op basis van gelijkwaardigheid is het niet wenselijk elkaar eenzijdig voorschriften op te leggen. Zo is het niet de bedoeling dat een waterschap nog een aansluitvergunning eist van een gemeente. De verschillende nationaal afgesloten bestuursakkoorden onderstrepen dat samenwerken op basis van (bestuurlijke) afspraken uitgangspunt is.
 
De VNG en UvW hebben een praktische handreiking en een brochure uitgebracht waarin samenwerken op basis van afspraken centraal staat (zie Samenwerking in stedelijk (afval)waterbeheer). 

Ad 4 Indirecte lozingen en adviesrecht waterbeheerder

Voor indirecte lozingen (lozingen in het gemeentelijke rioolstelsel) is het Wabo/Wm-bevoegd gezag zowel vergunningverlener als handhaver. De Waterwet regelt niets meer voor indirecte lozingen.2 De waterbeheerder heeft alleen nog een adviserende en toezichthoudende bevoegdheid.
 
De zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater ligt in beginsel bij de waterschappen (art. 3.4 Waterwet, zie ook Waterbeleid waterschap).

Ad 5 Gemeente als eerste overheid en loket voor watervergunning

De aanvraag van een watervergunning verloopt via de gemeente (art. 6.15 Waterwet), al is zij geen bevoegd gezag op grond van de Waterwet. De gemeente verleent dus geen watervergunning, maar moet er wel voor zorgen dat een bij haar ingediende aanvraag zo snel mogelijk bij Rijkswaterstaat, het waterschap of de provincie terechtkomt (zie ook het kader hieronder). Overigens mag de aanvrager ook rechtstreeks naar het bevoegd gezag gaan. Particulieren kunnen de watervergunning schriftelijk of digitaal aanvragen, voor bedrijven is een digitale aanvraag verplicht. Dit gebeurt via het Omgevingsloket online (OLO), dat ook het loket is voor de omgevingsvergunning (op grond van de Wabo). Digitaal ingediende aanvragen gaan rechtstreeks naar het bevoegd gezag.

De water- en omgevingsvergunning zijn afzonderlijke vergunningen. Beide vergunningen zijn weliswaar tegelijkertijd via het OLO aan te vragen, maar na verzending wordt de aanvraag gesplitst in een omgevingsvergunningdeel en een watervergunningdeel.
 
Meer informatie over de watervergunning en de bijbehorende procedure vindt u op de pagina Vergunningverlening en via de website handboekwater.nl.
 

Gemeente is (digitaal) overheidsloket

Het kabinet heeft bepaald dat de gemeente in principe het (digitale) overheidsloket van Nederland is. Dit betekent dat een watervergunningaanvraag bij het gemeenteloket kan binnenkomen. Dan heeft de gemeente dus ook (enige) kennis nodig van de Waterwet en de watervergunning. Uiteraard hoeft zij geen inhoudelijke Waterwet-expert te zijn. Maar het is wel verstandig om zicht te hebben op aangevraagde activiteiten die mogelijk vergunning- of meldingsplichtig zijn op grond van de Waterwet. Bovendien is het belangrijk dat overheidsinstanties op lokaal en regionaal niveau goed samenwerken. Zo kan gebruik van een (actuele) lijst van contactpersonen bij de verschillende waterbeheerders erg handig zijn.

Mogelijke meldings- of watervergunningplichtige activiteiten

Voorbeelden van mogelijke meldings- of watervergunningplichtige activiteiten op grond van de Waterwet zijn:

  • een steiger aanleggen;
  • water/stoffen lozen in oppervlaktewater;
  • bodemsanering met lozing in het oppervlaktewater;
  • een damwand slaan;
  • bronbemaling (grondwateronttrekking);
  • drainage aanleggen (ontwateringsvoorziening);
  • bouwen op, aan of in de buurt van een waterstaatswerk, zoals een dijk, gemaal of water-bergingsgebied;
  • een waterbergingsgebied aanleggen;
  • een watergang, sloot of greppel dempen;
  • verhard oppervlak (hemelwater) naar oppervlaktewater afkoppelen;
  • een bodemenergiesysteem aanleggen (grondwateronttrekking);
  • drinkwaterwinning (grondwateronttrekking).

__________________________________________________________
1
Voor een bouwputbemaling in een uiterwaard van de rivier is Rijkswaterstaat het bevoegd gezag.
2 Voor lozingen niet via gemeentelijke riolering in een rwzi in beheer bij een waterschap geldt nog wel de watervergunningplicht.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel