De gemeente moet bij het bestemmen van gronden ook rekening houden met het grondwateraspect. Doet zij dit niet, dan kunnen belanghebbenden betogen dat van een 'goede ruimtelijke ordening' geen sprake is.1 Zo is het niet verstandig (in strijd met een goede ruimtelijke ordening) te bouwen op waterhuishoudkundig ongeschikte gronden, zonder dat de gemeente dit voldoende heeft onderzocht en aanvullende maatregelen heeft genomen. Hierbij is het met name ook aan te raden om de projectontwikkelaars (de bouwwereld) aan te spreken op hun professionaliteit en hen het belang van (grond)water mee te laten nemen bij hun ontwerpen.  

Watertoets is procesinstrument

De watertoets waarborgt dat de gemeente waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en evenwichtig in beschouwing neemt bij ro-plannen en structuurvisies. Naar de letter van de wet is een watertoets alleen verplicht bij bestemmingsplannen. Maar in het Nationaal Bestuursakkoord Water (2003) hebben de verschillende overheden afgesproken de watertoets ook van toepassing te verklaren op alle plannen met een ruimtelijke component, zoals structuurvisies op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het Bestuursakkoord Water 2011 is deze afspraak nog eens bevestigd. Hoe u een watertoets uitvoert, vindt u in de Handreiking Watertoets, te vinden op www.helpdeskwater.nl. 

Waterparagraaf getuigt van goede samenwerking met waterbeheerder

Het watertoetsproces resulteert in een waterparagraaf, waarin meestal het wateradvies van de waterbeheerder (vaak het waterschap en bij projecten in/nabij rijkswateren Rijkswaterstaat) staat. De waterparagraaf is onderdeel van de toelichting bij een bestemmingsplan. De toelichting heeft een veel zwakkere juridische status dan de regels en de plankaart bij het bestemmingsplan (juridisch de 'verbeelding'). Bestuurlijk gaat wel een grote kracht uit van de watertoets, die getuigt van een goed overleg en een goede afstemming tussen gemeente en waterbeheerder.

Voldoen aan de regels

Met het doorlopen van het watertoetsproces voldoet de gemeente aan de wettelijke regels. Volgens artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet de gemeente namelijk bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleggen met de betrokken waterbeheerder. Bovendien moet het resultaat van dit overleg in de toelichting op het plan staan (art. 3.1.6 Bro). Het Bro geeft daarnaast expliciet aan dat de toelichting op het bestemmingsplan moet beschrijven hoe rekening is gehouden met de waterhuishouding.

Waterbeheerder adviseert

De rol van de waterbeheerder in het formele watertoetsproces (en feitelijk in het gehele ro-proces) is adviserend en niet besluitvormend. De gemeente neemt uiteindelijk de beslissingen, maar de waterbeheerder kan hierop invloed uitoefenen. Hoewel dus niet verplicht - meer dan een waterparagraaf in de toelichting is niet voorgeschreven - verdient het aanbeveling als gemeente en waterbeheerder na te gaan of het gegeven wateradvies verwerkt kan worden in de regels en/of de 'verbeelding', maar dat is niet verplicht. Als de gemeente afwijkt van het advies van de waterbeheerder, moet zij dit goed motiveren.

Vanaf het begin samen optrekken

Bij voorkeur betrekt de gemeente de waterbeheerder als adviseur vanaf het begin bij voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen. Zo kunnen zij al in de ontwerpfase samen nadenken en 'besluiten' over onderwerpen als locatiekeuzen, de (waterhuishoudkundige) inrichting van gronden (bouw- en woonrijp maken is ook waterhuishoudkindig relevant) en de beheersituatie.

Geohydrologische regels in bestemmingsplan

De vraag is wel wat er aan regels mogelijk is om de kans op grondwateroverlast (bij de uiteindelijke bewoners) te verminderen. De gemeente kan bijvoorbeeld een bouwregel in het bestemmingsplan opnemen die de minimale vloerhoogte bepaalt (bouwen boven een bepaald peil). Hierdoor worden bouwpercelen minder snel nat dan de omliggende lagergelegen grond. Denk verder aan een zogenoemde 'voorwaardelijke verplichting' die inhoudt dat op percelen met de bestemming wonen alleen mag worden gebouwd als dit niet leidt tot negatieve hydrologische gevolgen voor de omliggende gronden. Dit soort voorwaardelijke verplichtingen komt in relatie tot waterberging al vaker voor.2

Watertoets op kleinere schaal: omgevingsvergunning

Gemeente en waterbeheerder bekijken een watertoetsproces idealiter op een vrij groot schaalniveau. Bij structuurvisies en de grotere bestemmingsplannen ligt een goede waterhuishoudkundige beoordeling wat meer voor de hand dan bij kleinere bestemmingsplanwijzigingen en individuele afwijkingen van een bestemminsgplan.3 Voor individuele afwijkingen van een bestemmingsplan - een perceel binnen bijvoorbeeld de bestemming wonen krijgt een bedrijfsfunctie - is in de praktijk vaak een omgevingsvergunning ('omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan') nodig (Wabo, art. 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°). Ook deze vergunning heeft een goede ruimtelijke onderbouwing nodig, waarbij vooroverleg dan wel afstemming met de provincie en het waterschap verplicht is; een watertoets dus (art. 5.20 en art. 6.18 Besluit omgevingsrecht). Als de gemeente er al niet zelf voor kiest, kan zowel het waterschap als de provincie als advies meegeven dat de gemeente bij het formuleren van de vergunningvoorschriften rekening houdt met de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse.


1 Bij het bestemmen van grond moet de gemeente ook water betrekken. Water is tenslotte onderdeel van de grond (art. 1.1, tweede lid Wro).
2 Zie hiervoor: H.H. Harberink en S. Handgraaf, ‘Jurisprudentie over waterberging in bestemmingsplannen’, Land en Water, nr. 9 september        2013, p. 20-21.
3 Overigens kan juist bij afwijkingen van een bestemmingsplan een gebrekkige waterhuishoudkundige beoordeling leiden tot overlast en schade. Denk aan een bouwblok waar eerst de bestemming groen was. Een zorgvuldige beoordeling is en blijft noodzakelijk.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel