De regels voor de hoeveelheid te lozen water uit de riolering in oppervlaktewater staan in de keur van het waterschap en de Waterregeling. De keur is van toepassing op regionale wateren, de Waterregeling op rijkswateren.

Rijkswateren

Voor rijkswateren geldt een vergunningplicht als de riolering meer dan 5.000 m3/h kan lozen. Voor lozingen kleiner dan 5.000 m3/h is geen vergunning nodig en hoeft de gemeente de lozing ook niet te melden. De vraag hoeveel water de riolering bijvoorbeeld vanuit een overstort kan lozen, hangt natuurlijk af van de neerslagintensiteit. Mogelijk kunnen berekeningen die de gemeente maakt voor het basisrioleringsplan (BRP) of gemeentelijk rioleringsplan (GRP) hiervoor een indicatie geven.

Regionale wateren

De regels voor de waterkwantiteit van lozingen in regionale wateren verschillen per waterschap. Vaak is boven een bepaalde grens (bijvoorbeeld 100 m3/h) een vergunning nodig en daaronder een melding. Sommige waterschappen hanteren grenzen die afhangen van het type watergang waarin het riool loost. Primaire wateren hebben immers meer capaciteit dan secundaire of tertiaire wateren. Soms gelden ook specifieke vrijstellingen voor gemeenten in het kader van hun gemeentelijke watertaken. Kijk dus altijd in de keur en algemene regels van het betreffende waterschap.

Voorbeeld waterschap Rijn en IJssel

In artikel 3.3 van de keur van waterschap Rijn en IJssel 2009 staat:
 
"Artikel 3.3 Watervergunning lozen van water in een oppervlaktewaterlichaam
Het is verboden zonder vergunning van het bestuur water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam, indien:
a. de hoeveelheid water meer dan 250 m3 per uur bedraagt;
b. de hoeveelheid water meer dan 25% bedraagt van de ontwerpcapaciteit van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam, met dien verstande dat geen vergunning is vereist, indien de hoeveelheid water minder bedraagt dan 10 m3 per uur;"
 
En in artikel 3.4 van de keur staat:

"Artikel 3.4 Meldplicht lozen van water in een oppervlaktewaterlichaam
Voor zover er geen vergunningplicht geldt ingevolge artikel 3.3 doet degene, die water loost in een oppervlaktewaterlichaam, daarvan melding aan het bestuur, indien de hoeveelheid te verplaatsen water meer dan 1 m3 per uur bedraagt."
 
Gemeenten hebben bij dit waterschap dus een vergunning nodig voor het lozen van meer dan 250 m3/h water vanuit een hemelwaterstelsel of overstort van een vuilwaterriool.

Voorbeeld Hoogheemraadschap van Rijnland

Rijnland heeft geen specifieke regels in de keur (2015) staan over waterkwantiteit. In plaats daarvan geldt alleen een zorgplicht.

"Artikel 3.1 – Zorgplicht (ja, tenzij)
1. Degene die handelingen, met uitzondering van de handelingen die zijn genoemd in artikel 3.2 lid 2, 3.3 lid 1 en 3.4 lid 1 van deze keur, verricht of laat verrichten en weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door die handeling nadelige effecten voor het watersysteem ontstaan of kunnen ontstaan, voorkomt die gevolgen of beperkt die, voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van diegene kan worden verwacht.
2. Onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige effecten voor het watersysteem als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is, het zo veel mogelijk beperken van:
...
b. wateroverlast en/of waterschaarste;
...
e. een verslechtering van de chemische en/of ecologische waterkwaliteit;
...
h. een belemmering van de vervulling van maatschappelijke functies van het watersysteem."

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel