In bestaand bebouwd gebied bepalen vooral de wegenstructuur en de aanwezigheid van achterpaden het tracé voor de drainageleidingen. Kies hier daarom bij voorkeur voor riool- of cunetdrainage.
 
Afhankelijk van de bodemopbouw (zie Waterhuishouding) heeft riooldrainage meer of minder effect op de grondwaterstand op particulier terrein. In homogene zandige bodems is de invloed van drainage door de goede doorlatendheid en beperkte opbolling groot en kunt u volstaan met aanleg van drainage in (een deel van) de straten (zie figuur B in Typen drainage).
 
In bebouwd gebied met ondiepe, slecht doorlatende lagen kan riooldrainage buiten het wegcunet een beperkte invloed hebben. Om de ontwatering buiten het wegcunet te vergroten, kunt u kiezen voor drainage aan beide zijden van de weg (cunetdrainage) of aanvullend op particulier terrein (blokdrainage).
 
Welke structuur u ook kiest, het is belangrijk na te gaan of de drainagestructuur voldoende ringstructuren heeft, zodat in het geval van een verstopping water via een alternatieve route kan worden afgevoerd.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel