Van het verharde oppervlak moet u inventariseren:

Omvang

Als u niet weet hoeveel verharding in een gebied aanwezig is (bijvoorbeeld in een toekomstige situatie), kunt u de geplande verhardingsgraad afleiden uit het bestemmingsplan, stedenbouwkundig plan of waterhuishoudings- en rioleringsplan. Belangrijke factoren voor de verschillende verhardingspercentages zijn de aard van het gebied, de bebouwing en de omvang van het plangebied.

Typering

Verharde oppervlakken zijn er in zeer veel typen. In het Inloopmodel onderscheiden we drie aspecten:

  • Verhardingsgraad: open (klinkers), gesloten (dak, asfalt)
  • Helling: hellend, vlak
  • Grootte: uitgestrekt of niet.

Gecombineerd levert dit 9 typen verhard oppervlak op, zie Defaultwaarden Inloopparameters. Het onderscheid tussen open en gesloten verhard oppervlak en daken vindt u in de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). De uitgestrektheid van daken en bijvoorbeeld parkeerterreinen kunt u eveneens vaststellen op basis van de BGT. Het onderscheid tussen vlakke en hellende daken staat niet in de BGT. Dit kunt u bijvoorbeeld via het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) of luchtfoto's achterhalen.

Aansluiting op stedelijk watersysteem

De praktijk heeft geleerd dat niet zozeer het type verhard oppervlak maar vooral de (juiste) hoeveelheid aangesloten verhard oppervlak bepalend is voor de kwaliteit van modelsimulaties . Het is dus belangrijk om de omvang van de aangesloten en niet-aangesloten verhardingen in het modelgebied te bepalen. Steeds vaker leggen particulieren op eigen terrein infiltratie- en bergingsvoorzieningen aan. Leg daarom de aanwezigheid en de aard van dergelijke voorzieningen goed vast, want deze worden op termijn mede bepalend voor het functioneren van het stedelijke watersysteem. Registreer daarbij ook waarin deze voorzieningen lozen: de bodem, het oppervlaktewater of de riolering.

Wijken modeluitkomsten structureel af van praktijkmetingen, dan is dat aanleiding om de gegevens actief te actualiseren, bijvoorbeeld via veldinventarisatie. Let hierbij specifiek op verhardingen op particulier terrein, de aanwezigheid van kolken en kolken waar afstromend hemelwater 'voorbijschiet'. Met name voor de verhardingen op eigen terrein kan het lastig zijn om de aansluitgraad te bepalen. Dit kunt u steekproefsgewijs doen.

Hoogteligging

Als u een bij gebruik van een Rioleringsmodel met stroming over maaiveld of een Maaiveldmodel (met rioleringsmodel)). gebruikt, moet u de hoogte van het maaiveld nauwkeurig inventariseren. U kunt hiervoor onder andere het AHN gebruiken (zie AHN en Kwaliteit AHN).

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel