Om het klimaat in de kruipruimte te verbeteren, zijn maatregelen nodig die de relatieve vochtigheid laag houden: onder de 70%. De relatieve vochtigheid wordt hoofdzakelijk bepaald door bovenmatige verdamping van grondwater. Een maatregel die deze verdamping beperkt, is bijvoorbeeld het aanbrengen van grofkorrelig materiaal of andere bodemafsluiters, zoals folies. Het toe te passen type bodemafsluiter hangt af van de beschikbare ruimte en de hoogte van de grondwaterstand. Is bijvoorbeeld te verwachten dat de grondwaterstand regelmatig hoger is dan de kruipruimtebodem? Dan zijn bodemafsluiters die op het water blijven drijven de beste keuze. Is de kruipruimte dieper dan nodig voor het onderhoud van leidingen, dan kan ophogen met een geschikt materiaal voldoende zijn.
 
Voor het ophogen/verondiepen van de kruipruimtebodem zijn de volgende materialen te gebruiken:
  • geëxpandeerde kleikorrels;
  • schelpen;
  • PE-vlokken;
  • thermochips.

Figuur A Aanbrengen van thermochips in kruipruimte
 
Naast het terugdringen van de verdamping is ventilatie met buitenlucht van groot ondersteunend belang voor de klimaatbeheersing van de kruipruimte.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel