Vanuit milieuhygiënisch oogpunt krijgen sommige lozingsroutes uitdrukkelijk de voorkeur boven andere. Daarom kent de Wet milieubeheer (Wm) een voorkeursvolgorde (zonder harde verplichting) voor het omgaan met afvalwater (art. 10.29a Wm). Gemeenten gebruiken deze voorkeursvolgorde om eisen aan lozingen te stellen. Bijvoorbeeld in maatwerkvoorschriften of in de Verordening afvoer hemel- en grondwater. Omdat de voorkeursvolgorde niet verplicht is, hebben gemeenten hierbij de nodige beleidsvrijheid.

Uitgangspunten voorkeursvolgorde

  1. Het ontstaan van afvalwater voorkomen of beperken.
  2. Afvalwaterverontreiniging voorkomen of beperken.
  3. Afvalwaterstromen gescheiden houden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig afvalwaterbeheer.
  4. Huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat daarmee qua biologische afbreekbaarheid overeenkomt, inzamelen en transporteren naar een zuiveringstechnisch werk.
  5. Ander afvalwater dan bedoeld bij punt 4 hergebruiken, zo nodig na zuivering bij de bron.
  6. Ander afvalwater dan bedoeld bij punt 4 lokaal in het milieu brengen, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron.
  7. Ander afvalwater dan bedoeld bij punt 4 transporteren naar een zuiveringtechnisch werk.

Toelichting voorkeursvolgorde

Voor huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat daarmee qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is, verdient transport naar een zuiveringtechnisch werk (rwzi) de voorkeur. Een rwzi is minder geschikt voor andere afvalwaterstromen. Dit geldt zeker voor zeer licht en licht verontreinigd afvalwater dat nagenoeg geen biologisch afbreekbare stoffen bevat ('dun water'). Voorbeelden daarvan zijn afvloeiend hemelwater van relatief schone oppervlakken, grondwater dat geen verontreinigende stoffen bevat en uitsluitend thermisch verontreinigd koelwater. Lozing van dit water vindt daarom bij voorkeur lokaal in de bodem of het oppervlaktewater plaats, zo nodig na beperkte zuivering.

Bedrijfsmatige activiteiten

Een andere categorie afvalwaterlozingen zijn lozingen die samenhangen met bedrijfsmatige activiteiten, als daarbij afvalwater ontstaat dat qua biologische afbreekbaarheid niet vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater. Hiervoor krijgt zuivering bij de bron de voorkeur, zodat het gezuiverde afvalwater zonder risico in oppervlaktewater of bodem is te lozen. Is dat niet mogelijk, dan zijn transport naar en behandeling in een zuiveringtechnisch werk de enige optie. Bij deze optie, namelijk het lozen in riolering, gelden wel aanvullende regels.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel