Voorzieningen die gebaseerd zijn op oppervlakte-infiltratie, hebben een toplaag. Bijvoorbeeld voorzieningen als infiltratievelden, wadi’s en infiltratiebermen. De oppervlakte-infiltratievoorziening vormt een verlaging in het maaiveld, die water kan bergen. De bodem van deze verlaging is de toplaag. De toplaag bestaat uit een laag grond met een dikte van minimaal 0,30 m. De samenstelling van de toplaag is afgestemd op zijn functie.
 
Functie
De toplaag infiltreert regenwater dat naar de voorziening stroomt. Verontreinigingen blijven daarbij achter in de toplaag. Omdat de toplaag duidelijk zichtbaar is, verdient het aanbeveling dat het ook mooi toont. Meestal betekent dit dat de toplaag begroeid is.
 
Oorzaken van verminderd functioneren
Het functioneren van de toplaag neemt af door:
  • afname infiltratiecapaciteit Vervuiling door bouwactiviteiten en bladval kan de toplaag laten dichtslibben. Ook sterft er relatief vaak gras af in die delen van de toplaag waar het langst water staat (de laagste punten). Door het afsterven van het gras neemt de infiltratiecapaciteit verder af en versterkt het proces zichzelf. Het organische stofgehalte in een gazon neemt langzaam toe door afsterving van gras en wortels. Hierdoor kan de doorlatendheid van de bodem afnemen. Verdichting van de toplaag kan ook leiden tot afname van de infiltratiecapaciteit. Spelende kinderen kunnen hiervan de oorzaak zijn, evenals grasmaaiers of auto’s die op de toplaag parkeren.
  • afname bergingscapaciteit  Door de geringe bergingshoogte in de toplaag van 0,20 – 0,30 m. heeft een kleine verzakking van een overloopkolk een groot effect op de bergingscapaciteit. Ook het rijzen van de bodem vermindert de hoeveelheid berging. De invloed van aangevoerd straatvuil op de bergingscapaciteit is beperkt.
  • kwaliteitsverandering. De verontreinigingsgraad van het afstromende water bepaalt voor een groot deel de vervuiling van de toplaag en van het infiltrerende water. Een deel van de verontreiniging is gebonden aan slibdeeltjes; de voorziening vangt deze slibdeeltjes mechanisch af. Als de voorziening te veel slibdeeltjes afvangt, neemt de infiltratiecapaciteit af. Een ander deel van de verontreinigingen bindt zich aan fijne organische delen. Strooizout en vers organisch materiaal zoals plantenresten (zuurgraad) kunnen een negatieve invloed hebben op het vermogen om vervuiling vast te houden.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel