Afvoercapaciteit
De afvoercapaciteit controleert u aan de hand van de vulllingsgraad bij de afvoer van afvalwater. De ontwerpgrondslag is een vulling van vijftig procent. Ontwerpers rekenen het dwa-stelsel vaak niet in zijn geheel door. Zeker voor de beginstrengen is door de toepassing van de minimale diameter en bodemverhangen een overdimensionering aanwezig.
 
Berging
Voor de systemen die afvalwater afvoeren, bestaat geen directe bergingseis. De afvoercapaciteit is maatgevend. Wel moet de beheerder de uitval van het gemaal enige tijd kunnen opvangen, bijvoorbeeld 24 uur. Maar de tijd is sterk afhankelijk van de wijze en invulling van het beheer (zie ook Strategische planvorming).
 
Verblijftijd (ledigingstijd)
Vanwege chemische processen kunt u de verblijftijd van het afvalwater het best zo veel mogelijk beperken (10-12 uur). De grootte van de berging in het systeem is vaak bepalend voor de verblijftijd.
 
Overbelasting vrijvervalriolering
Als de controleberekeningen naar afvoercapaciteit en verblijftijd een bevredigend resultaat opleveren, is er geen overbelasting. De dimensioneringsgrondslag geeft voldoende ruimte om piekbelasting op te vangen.
 
Overbelasting drukriolering
Voor de overbelasting bij drukriolering moet u een controleberekening uitvoeren:
  • Bij enkelloop van elke afzonderlijke pomp moet de pomp binnen het door de fabrikant aangegeven werkgebied functioneren. (Dit kan buiten het aanbevolen optimale werkgebied van de pomp liggen.) Hierbij mag geen beschadiging aan de pomp en aandrijving optreden. Controleer hiervoor minimaal de eerste en de laatste pomp van het systeem.
  • U kunt eventueel verschillende pomptypen gebruiken, bijvoorbeeld pompen met een grotere opvoerhoogte bij de beginstrengen (die het verst van het lozingspunt liggen). Dan kunt u de diameters van de leiding zo klein mogelijk houden. Beoordeel de kans op samenloop van diverse pompen en de gevolgen hiervan.
Beperking samenloop
Bij samenloop van twee of meer pompen in het systeem neemt de afvoercapaciteit per pomp snel af. Als dit slechts over een klein deel van de dag gebeurt, is er geen reden om in te grijpen. Lokale tijdschakelaars kunnen de samenloop van pompen beïnvloeden. Maar gemeenten passen centrale sturing niet veel toe, omdat in de praktijk blijkt dat samenloop nauwelijks tot problemen leidt.
 
Om de kans op langdurige samenloop te beperken:
  • Moet het piekaanvoerdebiet per pomp bij voorkeur niet groter zijn dan vijftig procent van de pompcapaciteit.
  • Moet de totale dagelijkse aanvoer in m3 van het gehele systeem bij voorkeur niet groter zijn dan wat één pomp bij enkelloop in twaalf uur kan verwerken. Afhankelijk van de plaats van de pompen binnen het systeem zijn bij systemen voor 100 à 150 woningen geen problemen uit langdurige samenloop te verwachten. Bij een gelijkmatig verdeelde aansluiting zijn tot 150 woningen geen problemen te verwachten. Bij een gegroepeerde aansluiting op het einde van het systeem zijn tot 100 woningen geen problemen te verwachten (agrarische bedrijven met melkinrichtingen tellen hier voor twee woningen).
  • Moeten de lozingen op het systeem in debiet en volume gelijk zijn.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel