In feite licht u toe wat u in de eerste twee stappen van de modellering hebt gedaan. Waarom hebt u voor dit specifieke gebied of stedelijk watersysteem gekozen voor dit model? In de rapportage vat u de eigenschappen van het model samen en geeft aan waarom voor dit specifieke gebied of systeem is gekozen voor dit model. U beschrijft de modelleringsvraag, het gemodelleerde systeem en het gekozen modelconcept. Daarbij neemt u de volgende informatie op, voor zover beschikbaar:

  1. Peildatum van de modellering (voor welk moment in de tijd is het model geldig?).
  2. Modeldoelstelling:
  3. Geografische afbakening van het systeem, inclusief overzichtskaart.
  4. Gemodelleerde type(n) stedelijk watersysteem, zoals vrijvervalriolering en/of infiltratievoorziening .
  5. Globale kenmerken van het gemodelleerde systeem:
    • (onderdrempel)berging;
    • afvoercapaciteit (bemalingscapaciteit, infiltratiecapaciteit, drempelbreedte en -hoogte externe overstorten);
    • afvoerend oppervlak.
  6. Geselecteerd modelconcept: u verantwoordt hoe u voor dit stedelijk watersysteem bent gekomen tot dit modelconcept. U kunt hierbij verwijzen naar de filterhulp van de kennisbank en uw keuzes noemen.

Heeft u suggesties? Laat het ons weten!

Stuur uw suggestie.
Vorige artikel Volgende artikel