De riolering als systeem bestaat uit vele onderdelen (objecten). Belangrijke onderdelen zijn:
  • riolen (stelsel van buizen tussen twee opeenvolgende putten);
  • putten;
  • overstorten met de evt. bijbehorende randvoorzieningen;
  • rioolgemalen;
  • huis- en kolkaansluitingen;
  • kolken;
  • infiltratievoorzieningen, zoals infiltratiekratten en infiltratieriolen;
  • verticale infiltratiebuizen;
  • doorlatende verharding;
  • wadi’s.
Alle objecten vormen samen het rioolstelsel (de riolering).


Figuur A: Functioneren systeem (links) en conditie object (rechts)

Elk object kunt u afzonderlijk (laten) bekijken. Een inspecteur moet toestandsaspecten van objecten kunnen herkennen en beschrijven. Uiteraard moet u als beheerder vóór een inspectie eerst inventariseren welke objecten u wilt (laten) inspecteren.
 
U kunt uw onderzoek aan het rioolstelsel richten op:
  • de toestand (conditie) en de functie van de objecten en het systeem;
  • de omstandigheden waarbinnen de objecten en het systeem functioneren.
Onderzoek gericht op de toestand is gekoppeld aan het object. U kunt vaststellen of een buis chemisch is beschadigd of een putdeksel is gescheurd. Voor het systeem kunt u onderzoek doen naar de manier waarop het systeem de inzamel- of transportfunctie vervult en of daarbij wateroverlast of vervuiling van oppervlaktewater ontstaat. Bij onderzoek naar de omstandigheden hebt u als beheerder meestal informatie nodig over onder meer de grondgesteldheid, verkeersbelasting en diepteligging. Voordat u een geschikte onderzoekmethode kunt kiezen, moet u dus expliciet aangeven wat u wilt (laten) onderzoeken en wat u daarvan wilt weten.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel