Beleid

In de tabel staan de plannen en andere beleidsnota's op het gebied van milieu, water en ruimtelijke ordening die voor stedelijk (afval)waterbeheer van belang zijn. Deze beleidsvormen hebben een verschillende ‘zwaarte’. Sommige zijn wettelijk voorgeschreven (zoals het GRP of het waterbeheerplan van een waterschap), andere verwoorden eerder een visie (zoals een gemeentelijk waterplan). Belangrijk is dat u als rioleringsbeheerder niet afwacht tot de plannen zijn vastgesteld, maar zo veel mogelijk vanuit uw expertise en taakveld input probeert te leveren. Alleen dan zijn rioleringszorg en andere beleidsvelden goed op elkaar af te stemmen. Idealiter werkt u bijvoorbeeld echt samen met het waterschap aan het GRP en het waterbeheerplan. En echt samenwerken is duidelijk meer dan elkaar een ontwerpplan toesturen waar nauwelijks meer iets aan te veranderen is (zie Samenwerking in stedelijk (afval)waterbeheer).

  Milieu Water Ruimtelijke ordening en bouwen
Europa  

Stroomgebiedbeheerplannen voor 
de Rijn, Schelde, Eems en Maas (SGBP's)

 
Rijk

- Nationaal Milieubeleidsplan 4
- Nationaal Milieuprogramma
- Beleidsbrief regenwater en riolering


 

Nationaal Waterplan (incl. de 4 SGBP's)
- Beheerplan Rijkswateren (RWS)
- Nationaal Bestuursakkoord Water (2003)
- Nationaal Bestuursakkoord Water Actueel (2008)
- Bestuursakkoord Water 2011
- Deltaprogramma 2015

 
- Structuurvisie (Nota Ruimte)





 
- Rijksvisie waterketen (2003)  
Provincie Provinciaal milieubeleidsplan
- Provinciaal milieu-programma
- Regionaal waterplan

 
- Structuurvisie

 
Gemeente - Gemeentelijk rioleringsplan (GRP)  
  - Gemeentelijk milieubeleidsplan
- Gemeentelijk milieu-programma
- Afvalwaterakkoord
- Bestuurlijke afspraken


 
- Gemeentelijk waterplan
- Grondwater- en/of afkoppelplan (kan onderdeel zijn van waterplan of GRP)
Waterparagraaf als toelichting bij bestemmingsplan (uitkomst watertoets)



 
- Structuurvisie
- Bestemmingsplan

 

Waterschap
- Waterbeheerplan
- (Afval)waterakkoord
- Bestuurlijke afspraken (Waterwet)
 
Waterschap   - Waterbeheerplan
- (Afval)waterakkoord
- Bestuurlijke afspraken (Waterwet)
 

Tabel A Plannen en andere beleidsnota's milieu, water en ruimtelijke ordening

N.B. De plannen die in de tabel cursief staan, zijn wettelijk voorgeschreven. De overige hebben een vrijwillig karakter. Alle genoemde plannen en andere beleidsnota's zijn via de websites van de betrokken overheidsorganisaties te downloaden. Meestal vindt u de documenten ook via de bekende zoekmachines.
 
Verschil plannen en nota's
Bedenk wel dat plannen en beleidsnota’s van elkaar verschillen. Plannen zijn meestal veel concreter en vaak een vertaling van eerdere beleidsnota’s. Zo is het verschil tussen het Bestuursakkoord Water 2011 en de al oude Beleidsbrief regenwater en riolering aan de ene kant en het GRP aan de andere kant helder. Plannen (zeker de wettelijk voorgeschreven plannen) zijn ook meer bindend. In de regel gaat het dan om zogenoemde zelfbinding: alleen het bestuursorgaan dat het plan heeft vastgesteld, is hieraan gebonden. Derden kunnen ook geen rechten aan de plannen ontlenen. Het bestuur dat een bepaald plan heeft vastgesteld, moet het plan zo goed mogelijk uitvoeren.
 
Besluitvorming en zorgvuldigheid van bestuur
Voor een overheidsbesluit (zoals een GRP, een bestemmingsplan of een omgevings- of water-vergunning) is een zorgvuldige voorbereiding nodig. Voorafgaand aan een besluit of feitelijke maatregelen (zoals de aanleg of vervanging van een riolering) moet een overheidsorgaan alle betrokken belangen in kaart brengen en zorgvuldig tegen elkaar afwegen. Deze eisen volgen uit art. 3:2 en 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Art. 3:2 Awb verplicht het bestuursorgaan zich een goed beeld te vormen van de bij het besluit betrokken belangen en houdt een gedeeltelijke vastlegging in van het zogenaamde ‘zorgvuldigheidsbeginsel’. Als een gemeente onvoldoende rekening houdt met de belangen van een derde, kan de rechter oordelen dat zij een onjuiste belangenafweging heeft gemaakt. Soms moet zij zelfs onafhankelijk advies van derden inwinnen. Zo kan de door het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4, lid 2 Awb) veronderstelde belangenafweging plaatsvinden (art. 3:4, lid 1 Awb). Als bevoegd bestuursorgaan heeft de gemeente nu eenmaal de plicht te beoordelen of het besluit zélf geen onevenredige nadelige gevolgen heeft, en of die eventueel technisch (mitigerend) en/of (aanvullend) financieel te compenseren zijn. Als zij geen compensatiemaatregelen treft, kunnen belanghebbenden betogen dat het besluit onrechtmatig tot stand is gekomen en moet worden vernietigd.
 
De algemene beginselen van behoorlijk bestuur betekenen overigens niet dat uw gemeente alle problemen van burgers en bedrijven maar moet oplossen. Waar het om gaat, is dat een goed en betrouwbaar beeld bestaat om de in het geding zijnde belangen te wegen. Van belang is ook dat uw gemeente kan motiveren waarom zij bijvoorbeeld niet tot een bepaald besluit of een bepaalde maatregel is gekomen.
 
Praktijkvoorbeelden waarbij ‘behoorlijk bestuur’ is getoetst, vindt u in Zorgplichten voor hemel- en grondwater en Zorgvuldigheidseisen bij overheidsbesluiten.

Kennisbank


U Bezocht Onlangs


GEEF UW SUGGESTIE