Om te bepalen welke maatregelen nuttig en wenselijk zijn, kunt u evaluaties gebruiken van eerdere maatregelen op de locatie en ervaringen met maatregelen die elders zijn uitgevoerd. Deze ervaringen geven inzicht in de toepasbaarheid van maatregelen en de te verwachten effecten. U kunt aan allerlei maatregelen denken, zoals:
  • bronmaatregelen, emissie verminderen;
  • maatregelen aan het watersysteem;
  • maatregelen in/aan de (bebouwde) omgeving;
  • operationele maatregelen.

Ambities heroverwegen

Het kan zijn dat u een maatregel of combinatie van maatregelen te kostbaar vindt ten opzichte van het probleem dat u ermee verhelpt (doelmatigheid). In dat geval zijn de ambities niet realistisch, in elk geval niet op dit moment. U moet dan de ambities bijstellen en de delen 2 (nadere analyse) en 3 (maatregelen) nog eens (versneld) doorlopen, waarna u een ander maatregelenpakket kunt overwegen.

Vastleggen

Leg elke beslissing met de bijbehorende argumentatie (bestuurlijk) vast. Of het nu een beslissing is om maatregelen uit te voeren of juist om niets te doen. De gemaakte afwegingen moeten in de toekomst nog te traceren zijn.

Mogelijke maatregelen

Er zijn allerlei soorten maatregelen denkbaar. Vaak worden onderscheiden:

  • bronmaatregelen, die ingrijpen op de oorzaak of bron van een probleem;
  • systeemmaatregelen, die de draagkracht van het watersysteem vergroten;
  • operationele maatregelen, zoals wijzigen van het beheer en/of onderhoud.
Deze indeling is niet dekkend. U kunt ook maatregelen nemen in de stedelijke omgeving en soms is communicatie een mogelijke maatregel. Kortom, denk breed! Redenerend vanuit het oppervlaktewater zijn lozingen te zien als bronnen. Denk bij maatregelen tegen emissies niet alleen aan gangbare maatregelen zoals afkoppelen, saneren van riooloverstorten of het corrigeren van foute aansluitingen, maar ook aan:
  • Straatvegen.
  • Verplaatsen van uitlaatstroken voor honden, of creëren van een bufferstrook.
  • Burgers informeren over eenden voeren, of plaatsen van voedselbakken als alternatieve bestemming voor etensresten.
  • Uitdunnen van bomenopslag, of verwijderen van bladval als onderdeel van regulier onderhoud.
  • Aanleg van voorzieningen voor hemelwater, zoals een zand filter. 
  • Aanpakken van bovenstroomse bronnen.
  • Baggeren waterbodem om nutriëntrijk slib en daarmee de interne fosfaatbelasting te verminderen.

Bij maatregelen in/aan het watersysteem kunt u bijvoorbeeld denken aan:

  • Verdiepen en verondiepen: het diepteprofiel van een meer is erg belangrijk voor het lichtniveau op de waterbodem en de vat die de wind heeft op het sediment. Een lokale verondieping leidt tot een ondiep watergedeelte of een klein eiland, wat positieve effecten kan hebben op de ecologie.

  • Wijzigen oeverinrichting: deze bepaalt (mede) de kansen voor ecologische ontwikkeling en de aanwezige ecologie draagt bij aan de draagkracht van het systeem.

  • Wijzigen peilbeheer: hiermee kunt u de aanvoer van water sturen en daarmee invloed uitoefenen op de aanvoer van stoffen van elders en op de verblijftijd. Met name in vijvers en plassen met een groter oppervlak kan actief peilbeheer positief bijdragen aan de waterkwaliteit.

  • Intensiever (of juist minder intensief) onderhouden van oevers (maaien), waterbodems (baggeren) of verwijderen van drijfvuil. 

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel