In deze laatste stap van deel 1 legt u de kaders (A) en de (globale) systeemkenmerken (B) naast elkaar. Hierbij kunt u desgewenst de lijst van aandachtspunten hieronder gebruiken. Soms is een probleem (door ervaringen) meteen duidelijk, zonder dat aanvullende kennis of gegevens nodig zijn. Dan hoeft u niet de hele lijst van aandachtspunten te doorlopen.

De toetsing heeft twee mogelijke uitkomsten:

  • Er is geen probleem.
  • Er is (mogelijk) een probleem.

Als er geen probleem is, bent u klaar.

Bij een (mogelijk) probleem kunt u verder gaan met deel 2. Leg in beide gevallen vast waarom wel of geen verdere analyse plaatsvindt, inclusief de onderliggende informatie. Het gaat in deze stap om mogelijke problemen in het oppervlaktewater of stedelijk watersysteem. Uw werkwijze is mede afhankelijk van de reden waarom u de denkstappen doorloopt. Is de aanleiding alleen een lozing, dan hoeft u alleen na te gaan of die lozing een probleem veroorzaakt, of in hoeverre de lozing het oplossen van een bestaand probleem in de weg staat. In andere gevallen moet u verder kijken dan de locatie, of zelfs het gehele watersysteem beschou- wen. Bij problemen op een lozingslocatie hoeft de lozing zelf niet altijd de oorzaak te zijn. Ook andere aspecten kunnen de problemen veroorzaken of vergroten, zoals de inrichting van het op- pervlaktewater of het beheer en onderhoud.

In stap 1C moet u onderscheiden

  • situaties waar geen problemen zijn en waar u deze ook niet verwacht;
  • situaties waar mogelijk problemen zijn of ontstaan, of waar dit onduidelijk is.

Prioriteren

Als u de denkstappen gebruikt om meerdere locaties te bekijken, kunt u bij de grove schifting ook prioriteren. Zo kunt u de locaties rangschikken van locaties die urgente problemen veroorzaken tot locaties die weinig relevante problemen veroorzaken. De wRw-knelpuntenanalyse en KAM/VIM-analyses (zie verderop bij ‘Mogelijke aandachtspunten’) geven een score en zijn bruikbaar als hulpmiddel om te prioriteren. Natuurlijk kunt u ook op andere gronden prioriteren, zoals klachten van omwonenden.

Kansgericht werken bij nieuwbouw/nieuwe situaties

Bij nieuwe ontwikkelingen of veranderingen kunt u streven naar ‘geen knelpunten in de toekomstige situatie’ of ‘een zo goed mogelijk watersysteem’. In het laatste geval is de nadere analyse (deel 2) vrijwel altijd nuttig, ook als de kans op knelpunten klein is. Immers, u zoekt dan naar kansen om de toekomstige situatie te optimaliseren.

Mogelijke aandachtspunten

Hieronder staan aspecten waarnaar u kunt kijken om te beoordelen of op een locatie problemen zijn. Gebruik van deze lijst is geen norm of verplichting en zelfs geen aanbeveling. De lijst geeft aandachtspunten die mogelijk een rol spelen bij uw watervraagstuk. U moet zelf beoordelen in hoeverre deze aspecten relevant en bruikbaar zijn in uw watervraagstuk. Een ja op één van onderstaande vragen wil niet zeggen dat nadere analyse noodzakelijk is. Voordat u verder gaat, is het relevant om na te gaan op welke vraag het antwoord ja is en of alle betrokken partijen dit aspect als probleem zien.
  • Zijn problemen bekend met de waterkwaliteit en/of ecologie?
  • Is (incidenteel) sprake van vissterfte?
  • Is sprake van stankoverlast?
  • Is sprake van vuil?
  • Zijn klachten bekend over deze locatie?
  • Is sprake van stilstaand water of water met een lange verblijftijd? Vaak wordt 10 dagen gezien als grens tussen een korte of lange verblijftijd. Afhankelijk van het systeem/gebied kunt u ook een andere grens aanhouden. Is de verblijftijd niet bekend, dan moet u een inschatting doen. De vraag komt erop neer of een gebrek aan doorstroming tot problemen kan leiden?
  • Heeft het water een bijzondere functie? Denk aan de maatschappelijke functies en specifieke functies, zoals zwemwater en wateren met een hoge of specifeke ecologische doelstelling (HEN/SED-wateren). Hiervoor gelden vaak extra regels voor bijvoorbeeld lozingen.
  • Zijn er risico’s voor de volksgezondheid? Denk bijvoorbeeld aan een (benedenstrooms gelegen) speelplek waar kinderen in contact komen met water of een nabijgelegen zwemwater.
  • Is er veel verontreiniging door foute aansluitingen op gescheiden rioolstelsels en geeft dit problemen op de betreffende locaties?
  • Is het volume van lozingen in relatie tot het ontvangende water een probleem? Voor het beantwoorden van deze vraag bestaan hulpmiddelen zoals:
    • de wRw-knelpuntenanalyse (wRw, 1997, Uit- werking van het waterkwaliteitsspoor-aanbevelingen). In deze methode beoordeelt u locaties zowel op de vuilemissie vanuit een overstort als op eigenschappen van het ontvangende water (grootte en type). Een score van 4 of hoger is een aanwijzing voor mogelijke problemen.
    • de Knelpunten Analyse Methode (KAM) is bruikbaar voor het inventariseren van overstorten die mogelijk een knelpunt opleveren in het oppervlaktewater. Op basis van de diepte, breedte en doorstroming van de ontvangende watergang en de belasting vanuit de overstort berekent u een rapportcijfer tussen 1 en 10. Hoe hoger de score, des te groter de kans op een knelpunt.
    • de Visuele Inspectie Methode (VIM) waarbij u tijdens een veldbezoek kijkt naar de kwaliteit van het water, naar vuil, stank en de onderhoudsstaat. Op basis van de VIM kunt u een cijfer tussen 1 en 10 aan een overstort toekennen. Hoe lager het cijfer, hoe beter. Een score lager dan 4,5 is doorgaans geen probleem.

Noten

  • De aandachtspuntenlijst gaat in op effecten op korte en lange termijn.
  • Een goede basis om de aandachtspuntenlijst te doorlopen, is een veldbezoek en de ervaringen van medewerkers die buiten in het veld komen.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel