Bij de afbraak van organische stoffen in afval- en oppervlaktewater kunnen gassen vrijkomen die stinken. Stank is daarbij een verzamelterm, verschillende stoffen kunnen verschillende onaangename geuren verspreiden. Tabel A toont enkele stoffen met hun typische geur.

Tabel A Stofgroepen met bijbehorende geur (Bron: Metcalf & Eddy, 20031)
Stof Geur
Amines Vislucht
Ammonia Ammoniaklucht
Diamines Rottend vlees
Waterstofsulfide Rotte eieren
Mercaptanen (o.a. methyl, ethyl)                    Rottende krop sla
Mercaptanen (o.a. butyl, crotyl) Stinkdier
Organische sulfides Rottende groenten                        
Scatool Ontlasting

Stank voorkomen

Stank in vijvers en sloten heeft vaak te maken met de anaërobe afbraak van organische stoffen door micro-organismen. Om de stank te voorkomen, kunt u:

  1. de belasting met organisch materiaal verminderen, bijvoorbeeld door te voorkomen dat bladeren direct in het water vallen of te zorgen dat hondenpoep niet meer naar de vijver afspoelt;
  2. organisch materiaal actief uit het water verwijderen, bijvoorbeeld door te baggeren;
  3. extra zuurstof in het water brengen om anaerobe omstandigheden te voorkomen, bijvoorbeeld door een fontein te plaatsen of vanuit een zuurstofrijkere bron door te spoelen.
Figuur A Waterkwaliteitsproblemen direct bij de woning (Bron: gaw)Vergroot afbeelding

Publieksinformatie over stank

Mensen kunnen op allerlei manieren in aanraking komen met stank: in de buurt van een rwzi, in of rond het eigen huis en dicht bij oppervlaktewater. Op de publiekswebsite van Stichting RIONED staat informatie over problemen met stank (en bubbelende afvoeren) in huis. Bijvoorbeeld over het belang van een goede ontspanningsleiding, de rol die afkoppelen kan spelen bij het ontstaan van problemen en het opdrogen van een stankslot na vakantie. Het Hoogheemraadschap van Delflandbiedt op haar website informatie over stank rond oppervlaktewateren.

Praktijkvoorbeelden: stank en functieverandering

Stank kan ook ontstaan als het oppervlaktewater een functieverandering ondergaat. Er is dan niets veranderd aan het water, maar de stank valt wel meer op. Twee praktijkvoorbeelden:

  1. In het hart van een Brabants dorp ligt een vijver in een park waar veel mensen een ommetje maken. Een ondernemer krijgt de mogelijkheid om een theehuis te realiseren met een vlonderterras dat gedeeltelijk boven de vijver ligt. In het verleden waren er nooit klachten over de vijver. Nu de ruimte anders gebruikt wordt, klagen mensen over stankoverlast. Hoewel aan de vijver niets veranderd is, stelt de nieuwe situatie aanvullende eisen aan de waterkwaliteit van de vijver.
  2. Ten noorden van een ander Brabants dorp ligt al jaren een park met een overstortvijver. Deze vijver ontvangt bij hevige regen een deel van het overstortwater van de dorpskern. In feite is het een soort open bergbezinkbassin. Destijds waren er nooit klachten over deze situatie. Een aantal jaar geleden heeft de gemeente de directe omgeving van de vijver opgefrist. Rondom de vijver zijn een hondenlosloopplaats en een nieuwe speeltuin gerealiseerd. Hierdoor komen veel stankklachten binnen en een melding van een hond die ziek is geworden, vermoedelijk door contact met het vijverwater. Ook is bij extreme regen de speeltuin al eens ondergelopen.
    Als eerste maatregel heeft de gemeente beluchting van de vijver geprobeerd. Dat had niet het gewenste effect. Nog steeds ontstonden er flinke zuurstofdips in de vijver na overstortgebeurtenissen. De gemeente overweegt nu de vijver te bypassen en de overstort te laten lozen in een benedenstroomse watergang.

 


1 Metcalf & Eddy (2003). Wastewater Engineering Treatment and Reuse, 4th edition. McGraw-Hill, New York, USA.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel