Met de basisgegevens als input wordt het afvalwatersysteem voor de huidige, de uitgangs- en de referentiesituatie gemodelleerd (stap 2). Hierdoor krijgen de partijen zicht op gerealiseerde en geplande maatregelen aan de systeemonderdelen. Dit is belangrijk voor een goede afweging van de optimalisatiemogelijkheden (stap 3 en 4). Daarnaast moet duidelijk zijn welke geplande maatregelen ter discussie staan. De drie situaties zijn als volgt gedefinieerd:
  • Huidige situatie: het afvalwatersysteem bij aanvang van de OAS.
  • Uitgangssituatie: de situatie in het planjaar met daarin (naast groei) alleen maatregelen en aan­passingen die sowieso worden uitgevoerd, dus ongeacht de uitkomst van de OAS. Daarmee is de uitgangssituatie het vertrekpunt van de OAS en bevat deze alle maatregelen die niet meer ter discussie staan.
  • Referentiesituatie: de situatie die in het planjaar zou ontstaan als gemeente(n) en waterschap zonder OAS de benodigde maatregelen uitvoeren om gestelde doelen als basisinspanning en waterkwaliteitsspoor te bereiken. Dit zijn de maatregelen in de nu geldende plannen, dus inclusief maatregelen die in de OAS ter discussie staan.

Het planjaar

Het planjaar voor een OAS ligt meestal tien à vijftien jaar in de toekomst. Welk jaar dat is, hangt onder meer af van de periode waarover toekomstplannen (zoals groei en renovatie) bekend zijn. Met name voor transportsysteem en rwzi geldt dat keuzes voor maatregelen consequenties kunnen hebben voor een lange periode.

Varianten

Op basis van de drie situaties kunnen de OAS-partijen pakketten van kansrijke maatregelen samen­stellen (varianten) om het afvalwatersysteem te optimaliseren (stap 4). Een OAS kent twee soorten varianten:
  • Variant: een maatregelenpakket waarmee de gestelde doelen zijn te realiseren.
  • Voorkeursvariant: de (maatschappelijk) optimale variant; het eindresultaat van de OAS.
In figuur A ziet u de situaties en varianten in een schema.


Figuur A Schematische weergave situaties en varianten

 
Referentiesituatie niet (volledig) bekend
Bij aanvang van de OAS heeft niet altijd elke partij de maatregelen bepaald die horen bij de referentiesituatie. Dan kunnen de betrokkenen er bij de modellering (stap 2) voor kiezen een voorlopige referentiesituatie vast te stellen. Dit kan bijvoorbeeld door op alle locaties waar voor het bereiken van het doel emissiereductie nodig is een randvoorziening te modelleren of verhard oppervlak af te koppelen. Vervolgens kunnen de OAS-partijen verkennen hoe zij hetzelfde doel door samenwerking optimaal kunnen bereiken (stap 3).
De voorkeursvariant is vooral afhankelijk van het gestelde (emissie)doel en is dus onafhankelijk van de invulling van de (voorlopige) referentiesituatie. Op die manier hindert het ontbreken van een volledig uitgewerkte referentiesituatie de voortgang van de OAS niet. Maar voor afspraken over de kostenverdeling is dan geen goede financiële referentie aanwezig. Over het algemeen is hier met enige creativiteit en samenwerkingsgerichtheid een oplossing voor te vinden. Het doel van laagste maatschappelijke kosten is immers bereikt.

In de eerste fase van de OAS is het belangrijk dat overeenstemming wordt verkregen over de kenmerken van het afvalwatersysteem in de huidige situatie, de uitgangssituatie en de referentie. Daarmee ligt het speelveld voor de optimalisatie vast. Maatregelen die wel onderdeel uitmaken van de referentiesituatie en niet van de uitgangssituatie staan in de OAS ter discussie.
 
Voorbeeld: Uitgangssituatie niet goed vastgelegd
In een OAS heeft een gemeente alle geplande maatregelen om de emissie te reduceren in de referentiesituatie opgenomen, maar niet in de uitgangssituatie. Dat betekent dat al deze maat­regelen in de OAS ter discussie staan. Het resultaat van de OAS is vervolgens dat het uit milieu- en kostenoogpunt verstandig is de helft van de afkoppelprojecten te schrappen en in plaats daarvan extra berging en pompcapaciteit te creëren. Maar voor de gemeente ligt het schrappen van afkoppelmaatregelen moeilijk. Alle afkoppelprojecten blijken wél deel uit te maken van de uitgangssituatie. Na veel discussie besluiten de partijen de optimalisatie te herzien.

Referentie voor waterkwaliteitsdoelen niet bekend

Gemeente(n) en waterschap hebben de referentie voor het waterkwaliteitsspoor/de KRW vaak niet eenduidig vastgesteld. In tegenstelling tot de basisinspanningsmaatregelen volgen de maatregelen om de waterkwaliteitsdoelen te bereiken niet eenvoudig uit berekeningen. De partijen kunnen dan gezamenlijk de knelpunten en benodigde maatregelen in beeld brengen, als on­derdeel van het OAS-traject. Dat leidt tot een breed gedragen en daarmee maatschappelijk ver­ant­woorde oplossing. De financiële afspraken vergen in dit geval wel extra aandacht. Voor de kosten­verdeling is er immers geen referentie die als basis voor de afspraken kan dienen.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel