Het risico is de kans dat iets gebeurt, vermenigvuldigd met het mogelijke effect (kosten en schade). Dit risico moet binnen maatschappelijk aanvaardbare grenzen blijven. In principe is het vaststellen van deze grenzen een bestuurlijk-politieke zaak en daarmee primair een verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. Als u de maatstaven vaststelt, moet u nagaan wat de mogelijke schadelijke gevolgen zijn van het niet functioneren van de riolering en of dit acceptabel is. U bepaalt als beheerder het risico van het niet tijdig (kunnen) nemen van maatregelen. Dit risico kunt u taxeren op basis van kennis over mogelijke oorzaken en gevolgen van de waargenomen toestand.

NEN 3398 en de Kennisbank Stedelijk water (voorheen: Leidraad riolering) bieden geen van beide een systematiek waarmee een aanvaardbaar risico voor het slecht functioneren van de riolering objectief is te beschrijven. Als gevolg hiervan beargumenteren gemeenten in hun GRP de keuze van ingrijpmaatstaven vaak niet in relatie tot het risicovraagstuk. Toch hoort dit onderwerp in het GRP thuis. Elke gemeenteraad moet zich dus het belang van ingrijpmaatstaven en de daarmee samenhangende risico’s terdege realiseren.
 
Systematische analyses van risico’s, klachten, incidenten en de levenscyclus van de objecten zijn ook belangrijke onderdelen van assetmanagement. Voor systematische risicoanalyses zijn in de literatuur verschillende modellen voorhanden, zoals FMECA (Failiure Mode Effect and Criticality Analysis), FTA (Failiure Tree Analysis) of het MEAT-diagram met de beoordeling van impact (effect) en kans van optreden (‘likelihood’). Risicomanagement is gestandaardiseerd in de norm NEN-ISO 31000.

Mogelijke faalmechanismen

Bij het taxeren van risico’s heeft u kennis over mogelijke oorzaken (faalmechanismen) en gevolgen van falen door tekortkomingen in het functioneren van het systeem of tekortkomingen in de toestand van de objecten nodig.
 
Faalmechanismen bij het systeem zijn onder meer:
  • onvoldoende afstroming (bijvoorbeeld door verstopping of obstakels);
  • onvoldoende afvoercapaciteit (overbelasting);
  • ontoelaatbare emissie in bodem of grond- en oppervlaktewater.
Faalmechanismen bij de objecten zijn onder meer:
  • verzakking (zandinloop bij infiltratie, verplaatsingen, hoekverdraaiingen);
  • aantasting;
  • constructieve overbelasting.
Stichting RIONED werkt aan een handreiking over assetmanagement die ook instrumenten zal geven voor een goede risicoanalyse. In NEN-EN 13508-1 vindt u een overzicht van mogelijke gevolgen bij tekortkomingen.

Hoe gedetailleerd vindt de beoordeling plaats?

Als beheerder moet u vooraf vaststellen waarop de beoordeling betrekking heeft:
  • de toestand of het functioneren van objecten binnen het gehele rioolstelsel;
  • de toestand of het functioneren van objecten binnen een deel van de buitenriolering;
  • de toestand of het functioneren van afzonderlijke objecten.
Er is groot verschil of de beoordeling plaatsvindt voor het opstellen van een GRP voor de gehele gemeente of voor de renovatie van een riool in een wijkontsluitingsweg. U moet de te gebruiken onderzoeksresultaten afstemmen op de mate van detail van de beoordeling. Bovendien moeten de resultaten voldoende representatief en betrouwbaar zijn, zowel voor de kenmerken van de lokale situatie als voor de objecten die u beoordeelt.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel