A Algemeen
Een rioolgemaal is een inrichting om afvalwater mechanisch af te voeren naar een ander deel van het afvalwaterstelsel of naar een rwzi. Rioolgemalen komen in zeer diverse uitvoeringen voor. Ze variëren in grootte van een eenvoudige pompput voor drukriolering tot complexe installaties voor de afvoer van afvalwater uit grote bemalingsgebieden.

De plaats van de pompinstallaties in het gemaal bepaalt of sprake is van een gemaal met droge of natte pompopstelling. Bij een droge opstelling bevinden de pompinstallaties zich in een aparte droge ruimte. Bij een natte opstelling zitten de pompinstallaties in de (natte) ontvangkelder.

Figuur A laat zien waaruit een regulier rioolgemaal met een natte pompopstelling kan bestaan:

  • een ontvangkelder;
  • pompinstallaties;
  • persleidingen;
  • afsluitmogelijkheid voor inkomende riolen en uitgaande leidingen;
  • schakelkasten voor energievoorziening en meet- en regelapparatuur;
  • voorziening voor ontluchting en voorkoming van stankoverlast;
  • hijsvoorziening voor onderhoud en vervanging van pompinstallaties;
  • eventueel een voorziening voor waterslag.

 
Figuur A Rioolgemaal met natte pompopstelling

Aanleg
Zowel de detaillering als aanleg van gemalen is specialistisch werk. De complexiteit is groot door de wisselwerking van specialismen als werktuigbouw (werking pompen), elektrotechniek (stroomvoor-ziening, meet- en regelapparatuur), vloeistof- en grondmechanica, en funderings- en constructietechniek. Stem daarom bij de aanleg van een pompput of rioolgemaal de werkzaamheden van de civieltechnische aannemer goed af met die van de installateurs van pompen, leidingen en elektrotechnische installaties. 

De detaillering en aanleg van een pompput hebben veel overeenkomsten met die van een standaardinspectieput. Leveranciers van pompinstallaties kunnen kleine gemalen als complete units leveren, zoals pompputten (natte opstelling) voor bijvoorbeeld drukriolering. De pompput is dan ook bufferput.
 
Functioneren
Functioneert een rioolgemaal onvoldoende, dan heeft dit direct gevolgen voor het functioneren van de riolering als geheel. Bijvoorbeeld als:

  • De wand van de ontvangkelder niet waterdicht is. Bij een prefabconstructie is de kelder een stapeling van elementen. Een speciale mortel of kit dicht de onderlinge voegen af.
  • De fundering van het rioolgemaal te stijf is ten opzichte van de fundering van de aansluitende riolen. Hierdoor kunnen deze bij zetting door afschuiving afbreken. Ook kan het rioolgemaal hoger komen te liggen dan de laagstgelegen riolen. Dan blijft het rioolstelsel gedeeltelijk gevuld en gaat berging verloren.
  • De ontvangkelder verzadigd raakt met zand, slib en vuil.
  • De schakelpeilen van de pompen niet goed zijn ingesteld (schakelpeilen hebben grote invloed op de lediging van het rioolstelsel en daarmee op het aantal overstortingen en de vuiluitworp).
  • BZA de wand van de ontvangkelder aantast (zie aantasting inspectieput in paragraaf 4.9).
  • De pompcapaciteit uitvalt door stroomstoring.
  • De pompen onvoldoende capaciteit leveren door grotere weerstand van de achterliggende persleiding door dichtslibbing of luchtinsluitingen.
  • De pompcapaciteit uitvalt door verstopping.
  • De ontvangkelder opdrijft.

Het niet-functioneren van een rioolgemaal en de gevolgen daarvan moet u tot een minimum beperken. Met een dubbele pompinstallatie (en de reservecapaciteit die daarbij ontstaat) kunt u het uitvallen van een pomp opvangen.

Maakt de dubbele pompinstallatie een belangrijk deel uit van de investeringskosten? Afhankelijk van het risico kunt u dan kiezen voor een alarm- en signaleringssysteem. Raakt een pomp in storing, dan schakelt een automatische telefonische melding een servicedienst in.

Rioolgemalen moet u regelmatig laten inspecteren en onderhouden. Regel het zo, dat pompen die elkaars reserve zijn elkaar bij toerbeurt afwisselen.

In Gemalen vindt u aandachtspunten voor gemalenbeheer.

B Toepassing

C1.1 Mechanismen Mechanische afvoer van afval- en hemelwater
  Aanvoer afval- en hemelwater onder vrijverval
  Afvoer onder druk via een persleiding
  Bezinking van vuil en slib
  Ontluchting
C1.2 Neveneffecten Stank
  Geluid
C2.1 Geometrie Inhoud schakelberging onder laagste bob
C2.2 Stabiliteit Flexibele aansluiting riool met aansluitstukken maximaal 1 m
  Materiaal beton
  Drijft niet op
C2.3 Voorziening Type pomp in overleg met leverancier
  Afsluiters op inkomende en uitgaande leidingen
  Energievoorziening, meet- en regelapparatuur in bovenbouw of schakelkast
  Ontluchting via luchtfilters
  Mobiele hijsvoorziening (davit)
  Geleiding voor ophijsen pomp
  Voldoende groot mangat/sparing voor beheer pompen
C3.1 Techniek Prefabconstructie
  In het werk vervaardigd
  Aanleg in open bouwput (damwand) samen met aansluitende leidingen
  Bemaling
  Fundering op staal met grondverbetering
C3.2 Procedure Milieuvergunning
  Bouwvergunning
C4.1 Beheer Vervanging pompen en appendages
  Signalering via telefoon
  Pompen in elkaars reserve
  Afsluitmogelijkheid aanvoerriool en uitgaande persleiding voor werkzaamheden in ontvangkelder
  Controle eenmaal per één à twee weken
  Reiniging ontvangkelder/onderhoud pomp eenmaal per jaar
  Onderhoudscontract

Tabel A Reguliere toepassing rioolgemaal
 

C1.1 Mechanismen  
C1.2 Neveneffecten Aantasting
C2.1 Geometrie  
C2.2 Stabiliteit Bekleding/coating
C2.3 Voorziening Sproei-installatie
  Waterslagbeperkende voorziening
C3.1 Techniek  
C3.2 Procedure  
C4.1 Beheer  

Tabel B Bijzondere toepassing rioolgemaal

C Aanbevelingen
Prefabpompputten zijn vaak grote en zware constructies. Houd bij de plaatsing van pompputten rekening met de inzet van (zeer) zware hijskranen en voldoende ruimte om te manoeuvreren bij de aanvoerriolen.

Rioolgemalen vergen regelmatig onderhoud. De ontvangkelders zijn diepe putten, 4 m is geen uitzondering. Plaats de toegangsopening zo, dat de onderhoudstechnicus niet per ongeluk in de kelder kan stappen als de luiken open zijn. Gebruik ook valroosters. Kies ook een geschikte plaats voor de schakelkast.

Houd al in de planvorming rekening met de bepalingen van de benodigde milieuvergunning. Stank- en geluidscirkels bepalen de afstand tot bebouwing en welke voorzieningen u moet treffen.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel