Voor het regionale stroomgebied is gekozen voor een groot beeksysteem/klein riviersysteem zonder aanvoer van buiten het stroomgebied. De waterkwaliteit en waterkwaliteitsproblemen worden beschouwd benedenstrooms in het systeem. Onder dergelijke systemen vallen ook oppervlaktewateren als de Amstel of de Eem en het Apeldoorns kanaal.

Kenmerken
De kenmerken van het oppervlaktewatersysteem zijn:

  • Totale oppervlak: 50 x 30 km2
  • Oppervlakteverhouding: stadsgebied 10%, landbouw 70%, natuur 20%.
  • Wateroppervlak: 5 - 10% van totale oppervlak.
  • Diepte: 0,5 - 1,0 m.
  • Oever: deels hard, deels natuurvriendelijk.
  • Doorspoeling: bronbeken, stromend water, verder geïsoleerd systeem, geen kwel.
  • Gebruik van oppervlaktewater: zwemwater, recreatie, leefgebied vissen.
  • KRW-systeem.
  • Vervuilingsbronnen: emissie, verkeer, atmosfeer, landbouw.

De kenmerken van het afvalwatersysteem in dit gebied zijn:

  • Rwzi met capaciteit 1.250.000 i.e.
  • Verschillende stedelijke kernen.
  • Afvoerend oppervlak op rioolstelsel: 7.500 ha.
  • Voor de riolering is de gemiddelde situatie voor Nederland het uitgangspunt:
    • 76% gemengd stelsel, met 7 + 2 mm berging en 0,7 mm/h pompovercapaciteit;
    • 6% verbeterd gescheiden stelsel, met 4 mm berging en 0,3 mm/h pompovercapaciteit;
    • 18% gescheiden stelsel.

Onderzoeksvraag 1: welke waterkwaliteitsproblemen worden ervaren?
In een regionaal stroomgebied spelen de volgende waterkwaliteitsproblemen een rol: (achter elk probleem staat cursief welke parameter medebepalend is)

  1. Biodiversiteit (beschermde soorten, migrerende soorten, barrières): zuurstofloosheid, pieken NH4/toxische stoffen;
  2. Dode vis: propstroming, ammoniumpiek;
  3. Hygiënische kwaliteit;
  4. Waterbodem/slib: PAK’s, zware metalen, PCB’s, bestrijdingsmiddelen;
  5. Invloed van hormoonverstorende stoffen;
  6. Belevingswaarde.

Ook bij een stroomgebied gaat het vooral om de langetermijneffecten. Op basis van de genoemde problemen is gekozen voor de volgende stoffen:

  • Stikstof en fosfaat, in verband met de van eutrofiëring afgeleide effecten.
  • Zware metalen en PAK’s als maat voor de accumulatie van verontreinigingen in de waterbodem.
  • Glyfosaat als bestrijdingsmiddel.

Voor hormoonverstorende stoffen is onvoldoende informatie beschikbaar om de analyse verder uit te werken.

Ook in dit soort systemen kan acute toxiciteit of zuurstofloosheid tot vissterfte leiden. Dit geldt vooral bij grote lozingen uit gemengde stelsels op kleine stromende systemen. Dan kan een prop zuurstofloos water ontstaan die zich naar benedenstrooms verplaatst. Het hangt sterk af van de lokale omstandigheden (verhouding lozing - afvoer beek) of dergelijke problemen zich voordoen. Dit vraagt om een relatief complexe analyse, die niet past in het kader van dit onderzoek.

Zie hoofdstuk 7 van de PDF.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel