Een meting vlak onder en bovenstrooms van de interne overstortmuur geeft informatie over de werkingsfrequentie van de interne overstort en (minder nauwkeurige) informatie over de werking van de externe overstort. Een meting vlak onder en bovenstrooms van de externe overstortmuur geeft uitsluitend informatie over de werking van de externe overstort. Om het vullings- en ledigings gedrag van de rand-voorziening en de externe overstortingsgebeurtenissen te kunnen volgen, is bovenstrooms (bij de interne drempel) en benedenstrooms (meting vanaf de bodem bij de externe drempel) een niveaumeting nodig.

Een randvoorziening stelt aanvullende en soms andere eisen aan de standaardmeetopzet dan die bij uitlaten en overstorten. Naast inzicht in de samenstelling van het rioolwater is op dergelijke locaties inzicht wenselijk in het rendement van een randvoorziening.

Meet niet alléén aan de uitlaat van een randvoorziening zonder de inloop te meten. Een dergelijke meetopzet geeft namelijk geen informatie over de samenstelling van het uit een bepaald type stelsel geloosde water noch over het behaalde zuiverings-rendement.

Randvoorzieningen zijn in de praktijk in serie of parallel hydraulisch verbonden met het rioolstelsel.

In figuur A staat een schematisch overzicht van de meetopzet voor een in serie geplaatste randvoorziening. Dit geldt meestal voor bezinkvoorzieningen, zoals bergbezinkbassins en lamellenfilters. In figuur A ziet u een meetopzet met vrije in- en uitstroom (boven) en een meetopzet met debietafleiding via een niveaumeting bij in- en externe drempels (onder).

Figuur A  Standaardmeetopzet uitlaat/overstort met in serie geplaatste randvoorzieningVergroot afbeelding

Het meten van het debiet kan op dezelfde manier als bij een uitlaat door in de aanvoerleiding een debietmeter te plaatsen. Afhankelijk van de uitvoering van de randvoorziening kunt u het debiet ook aan de hand van niveaumetingen bij de in- of externe drempel afleiden. De manier waarop u meet, hangt sterk af van de lokale hydraulische inrichting.

De monstername vindt plaats op een locatie met volledig gemengd rioolwater, bij voorkeur zo dicht mogelijk boven- én benedenstrooms van de randvoorziening. De monstername moet u dus dubbel uitvoeren.

Figuur B geeft de opzet van een parallel geplaatste randvoorziening schematisch weer. Dit is meestal het geval bij zuiverings-voorzieningen voor hemelwater die gebaseerd zijn op filtratie, zoals een bodempassage, zandfilter of verticaal doorstroomde helofytenfilter. Bij een verbeterd gescheiden stelsel is een rwzi in feite ook op te vatten als een parallel geplaatste voorziening. De wijze van monstername in de pompput is ook van toepassing op bemonstering van het hemelwater dat een verbeterd gescheiden stelsel afvoert naar de rwzi.

Figuur B Standaardmeetopzet uitlaat met parallel geplaatste randvoorziening (bovenaanzicht onder, doorsnede boven)Vergroot afbeelding

Het meten van het debiet kan op dezelfde manier als bij een uitlaat door in de aanvoerleiding een debietmeter bovenstrooms van de pompput te plaatsen.

Monstername van het rioolwater kan in de pompput zo dicht mogelijk bij de pomp plaatsvinden. U kunt het rioolwater ook aan de perszijde van de pomp uit de leiding onttrekken. Dit laatste is mogelijk als de pomp het water op een representatieve locatie onttrekt. De monstername van het effluent van de randvoorziening moet aan de uitstroomzijde plaatsvinden. Bij constructies met een grote tijdvertraging (zoals een bodempassage) is monstername uit een verzamelput waarop de drains zijn aangesloten de aangewezen methode.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel