Regionaal waterplan

In het regionale waterplan staan de hoofdlijnen van het waterbeleid van de provincie. Het is een strategisch plan. De provincie moet hierin de volgende onderdelen opnemen:

  • Functies van de verschillende waterlichamen: aan welke maatschappelijke functies levert het betreffende oppervlaktewater een bijdrage? Voorbeelden van functies zijn: scheepvaart, landbouw, recreatiewater, zwemwater en viswater.
  • Gewenste ontwikkelingen. Het plan kan bijvoorbeeld aangeven dat in verband met Europese regelgeving minder grondwater onttrokken moet worden.
  • Werking en bescherming van de regionale waterhuishoudkundige systemen en de termijnen die de provincie daarbij nastreeft.
  • Overige maatregelen.
  • De financiële en economische gevolgen van het beleid.
  • Het te voeren grondwaterbeheer en de financiële middelen die daarvoor nodig zijn.

KRW-factsheets

In het regionale waterplan staan in de eerste plaats maatregelen die de provincie zelf neemt om aan de doelstellingen (voor oppervlaktewaterlichamen, grondwaterlichamen en beschermde gebieden) te kunnen voldoen. Naar overige relevante maatregelen (van andere overheden dan de provincie, zoals Rijk, waterschappen of gemeenten) moet het plan verwijzen. Vaak wordt naar de zogeheten KRW-factsheets (Kaderrichtlijn Water) per waterlichaam verwezen. Daardoor is er een overzicht van alle te nemen maatregelen om de doelstellingen voor regionale wateren te halen.

Status van structuurvisie

Net als het nationale waterplan (NWP) heeft het regionale waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Waar de provincie concreet ruimte reserveert voor bijvoorbeeld waterberging, bindt dit de provincie direct voor het ruimtelijkeordeningsbeleid. Dat is ook voor de gemeente belangrijk, omdat zij bij het opstellen en wijzigen van bestemmingsplannen en structuurvisies rekening moet houden met de structuurvisies van de 'hogere' overheidsorganen (zoals de provincie).

Ontheffingenbeleid buitengebied

Het regionale waterplan vormt ook het kader voor het 'ontheffingenbeleid buitengebied'. In het Bestuursakkoord Water 2011 is afgesproken dat provinciale ontheffing van de afvalwaterzorgplicht in het buitengebied komt te vervallen. Deze aangekondigde wetswijziging wordt meegenomen in de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 in werking treedt. Als het zover komt, is geen ontheffingenbeleid meer nodig. Maar zolang de wettelijke bepaling bestaat, moet de provincie een ontheffingsverzoek in behandeling nemen en hierop een besluit nemen. N.B. Provincies gaan hier nu op verschillende manieren mee om, dus ga hierover in overleg met uw provincie.

Interbestuurlijke toezicht blijft

In de nabije toekomst heeft de provincie dus waarschijnlijk geen ontheffingsbevoegdheid meer. Uiteraard blijft zij wel betrokken bij het beleid voor het stedelijk waterbeheer en (daarmee samenhangend) het waterkwaliteitsbeleid. De provincie moet immers het interbestuurlijke toezicht op gemeenten (en waterschappen) vervullen. Dus als de ontheffingsbevoegdheid van de provincie vervalt, kan zij via het algemene interbestuurlijke toezicht toch bemoeienis blijven houden en zo nodig een toetsende rol blijven vervullen. De provincie bepaalt zelf of zij haar toetsende rol op het stedelijk waterbeheer wil behouden, dit is een beleidskeuze.

Normering regionale wateroverlast (NBW-normen)

Voor het waterkwantiteitsbeheer van de waterschappen zijn met name de normen voor de bergings- en afvoercapaciteit van regionale wateren van belang. Deze zogeheten NBW-normen (de normering is voor het eerst afgesproken in het Nationaal Bestuursakkoord Water uit 2003) staan in de provinciale waterverordening of omgevingsverordening. Samen met de toekenning van bestemmingen in het bestemmingsplan zijn de NBW-normen leidend voor het vaststellen van peilbesluiten. De NBW-normen geven per type gebied de gemiddelde toelaatbare overstromingskans aan. Voor de bebouwde kom is de normering streng (1/100 jaar) en voor graslanden buiten de bebouwde kom ruimer (1/10 jaar).

Inspanningsverplichting

De NBW-normen zijn een inspanningsverplichting, geen resultaatsverplichting. Maar de provincie kan het waterschap er wel op aanspreken als het te weinig inspanningen levert om de normen te halen. Bewoners en bedrijven hebben dan een grotere kans dat een rechtszaak over onrechtmatig handelen van het waterschap slaagt. Tot op zekere hoogte moet wateroverlast overigens geaccepteerd worden. Het waterschap kan immers niet alle piekbuien in het regionale watersysteem opvangen.

Heeft u suggesties? Laat het ons weten!

Stuur uw suggestie.
Vorige artikel Volgende artikel