De nadruk wordt gelegd op de manier waarop keuzes en afwegingen tot stand komen (de aanpak). Er zijn verschillende technieken waarin op enigerlei wijze het afwegingsproces centraal gesteld wordt. Dit zijn niet zozeer afwegingsmethoden, maar meer werkwijzen. De acceptatie van de deelnemers staat voorop; de effecten op de (verschillende) doelfunctie(s) zijn hieraan ondergeschikt. De afweging van de effecten wordt namelijk door iedere deelnemer op een andere wijze uitgevoerd en / of beoordeeld. Onderscheid kan worden gemaakt in:
  • Consensusmodellen (bijv. poldermodel).
  • Grootste gemene deler.
  • Divergeren-convergeren.
Ondersteuning bij de afweging vindt meer plaats in termen van procesbegeleiders dan in termen van methoden. Communicatie (direct en indirect) vervult daarbij een sleutelrol.

Consensusmodellen

Consensusmodellen zijn in essentie onderhandelingen, waarbij net zo lang doorgepraat wordt totdat een geheel aan activiteiten en maatregelen ontstaat waar alle betrokken beslissers mee instemmen. In de praktijk betekent dat meestal dat de probleemdefinitie steeds breder en ruimer wordt, totdat er genoeg ruimte ontstaan is om elke betrokken partij iets positiefs te bieden. Het is een proces van verbreden. Voor de beoordeling van de afweging nadien (evaluatie) is het doorlopen proces belangrijker dan de uiteindelijk gekozen oplossing.

Grootste gemene deler

Indien er een grote verzameling van mogelijke activiteiten is waarover geen algemene over-een-stemming bestaat, dan kan toegewerkt worden naar een selectie van activiteiten waarover wel overeenstemming bereikt kan worden. Alle twistpunten worden weggelaten; de grootste gemene deler blijft over. Het is een proces van wegstrepen.

Divergeren-convergeren

Het probleem duidelijk vastleggen is niet altijd eenvoudig. Wanneer problemen of knelpunten mogelijk niet op zich zelf staan maar (mogelijk) alleen een verschijnsel zijn van dieper liggende processen is het divergeren-convergeren een goed hulpmiddel. De gesignaleerde problemen of knelpunten worden gebruikt als startpunt. Daarna vindt een verbreding en een veralgemenisering van de probleemdefinitie plaats. De bredere problematiek wordt geanalyseerd. Vervolgens wordt de probleemdefinitie opnieuw geformuleerd, maar nu op basis van de onderliggende processen. Tot slot kan het geheel weer worden ingekaderd door, al naar gelang de situatie, te zoeken naar consensus of een grootste gemene deler.
 
Het betrekken van een groot aantal actoren leidt niet per definitie tot een interactief groepsproces. Naast het aantal betrokkenen wordt dit bepaald door de mate van participatie, zie ‘de participatieladder’ in figuur A. Alleen met een aanzienlijke participatie van de betrokken actoren is sprake van een procesbenadering.
 
 
Figuur A ‘De participatieladder’
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel