Povere steun aan klimaatadaptatie

Povere steun aan klimaatadaptatie

Opinie Hugo Gastkemper

Terecht wil het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) de aanpak van klimaatadaptatie versnellen, maar het biedt niet veel rugwind.

Twee weken geleden informeerde Stichting RIONED u met een speciale nieuwsbrief over het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. De opdracht van het DPRA is dat iedereen zich beter moet voorbereiden op de toename van hevige buien, langdurige regen, droogte en hitte. Dat gaan we doen door simulaties (‘stresstests’) uit te voeren, de gevolgen met elkaar te bespreken (‘risicodialoog’) en te beslissen over maatregelen (‘uitvoeringsagenda’). Tot zover applaus. Maar dan.

Gemeenten, waterschappen en provincies vragen het Rijk in hun gezamenlijke investeringsagenda om mee te investeren in onder meer klimaataanpassing. Ik vraag me af wat ervan terechtkomt. Ik vrees dat adaptatiemaatregelen geheel betaald moeten worden uit rioolheffing en waterschapsbelasting. Financieel laat nationaal lokaal in de steek en de Tweede Kamer zal krokodillentranen plengen over de stijging van de lokale lasten.

De stresstest moet de gevolgen van extreme weersomstandigheden op kwetsbare functies gestandaardiseerd in beeld brengen. Ambtelijk is er nog nauwelijks een idee van hoe de stresstest er precies uitziet. Wat is de input aan regen, warmte en droogte? Wat is kwetsbaar voor water, hitte en watertekort? Regen komt uit de lucht vallen, maar regenscenario’s niet. Technisch is er best uit te komen, maar je moet met een paar deskundigen even goed nadenken om tot een zinnig en herkenbaar beeld te komen. Bestuurlijk legt het DPRA een onverantwoorde tijdsdruk doordat de methodiek nog dit jaar klaar moet zijn.

Zware regen is in feite een enorme bak water die letterlijk ruimte nodig heeft. Het is en blijft onrealistisch dat riolen en sloten hevige buien en langdurige regen overal, altijd en meteen kunnen verwerken. Tijdelijke berging in laagtes op straten en in parken en tuinen is onmisbaar. Dat is een waardevolle vorm van ruimtelijke adaptatie. Maar door de nadruk op ruimtelijke ingrepen wordt de effectiviteit van menselijke gedragsaanpassingen en maatregelen aan gebouwen consequent onderschat. Denk bij bescherming tegen water aan voldoende hoog bouwen, drempels en terugslagkleppen. Tegen de warmte helpen zonwering, zonwerend glas en ventilatoren. Bij droogte moeten we bijv. werken met druppelirrigatie en afzien van sproeien. Het naast elkaar bestaan van een deltaprogramma voor adaptatie en een nationale adaptatiestrategie maakt het er niet overzichtelijker en doelmatiger op.

Tegenwoordig is er geen nieuw nationaal beleid te maken zonder ‘monitor’. Als vanzelfsprekend worden het overlaten van beleid aan andere actoren en de controle door gemeenteraden en waterschapsbesturen als onvoldoende beschouwd. Op nationaal niveau moet bepaald kunnen worden hoeveel water er in het glas zit. Het proces laat zich raden: te veel vragen die bovendien te weinig aansluiten bij het lokale beleid. De uitkomst weet ik ook al: er gebeurt wel wat, maar te weinig. Het vizier staat speciaal gericht op ‘achterblijvers’ om hierdoor iedereen te kunnen opjagen.
Ik pleit voor een wederkerige aanpak. Dat wil zeggen, het eenzijdige instrument van de monitor vervangen door een dialoog om te bespreken wat iedereen doet en om van elkaar te leren en respect te hebben voor lokale verschillen.

Gelukkig gaan intussen de gemeenten, waterschappen en eigenaren gewoon door met het echt aanpakken van echte problemen.

Hugo Gastkemper

Over RIONED


U Bezocht Onlangs


GEEF UW SUGGESTIE