Over de werking van overlaten kunt u uitgebreid lezen in onderdeel Berekenen vrijvervalriolering. Het onderdeel Berekenen infiltratievoorzieningen gaat kort in op het dimensioneren van een overlaat.

De waarde van de afvoercoëfficiënt varieert o.a. met de vorm van de drempel.
 
De hoogte van de overstortende straal is voor een aantal combinaties van afvoer(l/s) en drempel-breedte (m) gegeven in tabel A. Deze berekeningen zijn gemaakt met een afvoercoëfficiënt voor rechte en scherpe overlaten, gelijk aan 1,86.
 
Overlaatcoëfficiënt
Een hogere overlaatcoëfficiënt leidt tot een lagere waterstand bij de overstort. Dit betekent een onderschatting van de kans van water op straat. Het is daarom beter en/of veiliger om de overlaat-coëfficiënt te laag dan te hoog te kiezen. In tabel A is uitgegaan van een coëfficiënt van 1,7.
 


Tabel A De hoogte van de overstortende straal (m), afvoercoëfficiënt = 1,7
 
In de laatste kolom van de tabel is ter indicatie het afvoerend oppervlak berekend dat hoort bij een ontwerp regenintensiteit van 90 l/s/ha.
 
 
Figuur A Effect breedte overlaatdrempel op stijghoogte waterstanden in het systeem

Een overlaatdrempel is vaak te smal aangelegd. Meestal bepalen de afmetingen van de put de afmetingen van de drempel. Een te smalle overlaatdrempel veroorzaakt een extra verhoging van waterstanden in het gehele bovenstroomse systeem (zie figuur A). Het is onverstandig om te besparen op de breedte van een overlaatdrempel.

Heeft u suggesties? Laat het ons weten!

Stuur uw suggestie.
Vorige artikel Volgende artikel