Infiltratievoorzieningen zijn opgebouwd uit verschillende onderdelen. Deze onderdelen verschillen bijvoorbeeld in aard, opbouw en materiaal. Per onderdeel verschilt daarmee ook sterk de noodzaak om beheeractiviteiten uit te voeren. Tot slot verschillen ook de kennis en ervaring die nodig zijn om te bepalen wat de meest geschikte aanpak voor een bepaald onderdeel is.
 
Mogelijkheden voor beheer
Van oudsher vormen de verschillende expertisevelden zoals groen, rioleringsbeheer en reiniging binnen een gemeente een eigen organisatorische eenheid. Voor het beheer van de infiltratievoorzieningen zijn daarom in principe drie hoofdopties mogelijk:
  • de vorming van een afzonderlijke organisatorische eenheid die de benodigde expertise bundelt;
  • verdeling van de uitvoerende werkzaamheden onder de bestaande organisatorische eenheden;
  • uitbesteding van beheerwerkzaamheden.

 

Bundeling van expertise
De eerste optie is in veel gevallen zowel kwantitatief als kwalitatief niet haalbaar. Het takenpakket is daarvoor te klein en de bundeling van expertise van onder meer groenonderhoud, bodemkwaliteit, rioolonderhoud alsmede grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit is lastig. Bovendien moet u waarborgen dat de benodigde expertise ook in de toekomst op peil en actueel blijft.
 
Verdeling van werkzaamheden
Omdat de eerste optie veelal niet mogelijk is, is het voor het beheer van de infiltratievoorziening nodig om de expertise van bestaande organisatorische eenheden in te schakelen. Ook het beheer van de traditionele riolering schakelt vaak andere organisatorische eenheden in. Bij het beheer van infiltratievoorzieningen is de expertise over meer eenheden verdeeld. Belangrijk is dat de gemeente één beheerder aanwijst die de afstemming verzorgt en die het hele proces organisatorisch en financieel waarborgt. Deze taak is extra belangrijk omdat het beheer van infiltratievoorzieningen nog in een ontwikkelstadium is; de registratie van ervaringen is daarom van groot belang.
 
Uitbesteding van alle beheerwerkzaamheden
De derde optie, het volledig uitbesteden van het beheer, ligt minder voor de hand. De gemeente doet in de tijd ervaring op met de wijze waarop de voorzieningen werkelijk functioneren, evenals met de activiteiten die nodig zijn voor een goed beheer van de voorzieningen. Die (lokale) ervaring is ook nodig om beter de afwegingen te kunnen onderbouwen om op meerdere plaatsen infiltratievoorzieningen en ontwerpcriteria toe te passen.
 
De gemeente brengt bij voorkeur de infiltratievoorzieningen onder bij de beheerder van de riolering, omdat riolering verweven is met de werking van de overige voorzieningen voor regenwater. Bovendien sluit dat aan bij de mogelijkheden die de nieuwe wetgeving biedt voor de financiering van de (verbrede) gemeentelijke watertaken. Lokale omstandigheden kunnen overigens een andere keuze noodzakelijk maken.
 
Een actieve rol van de beheerder
Het beheer van een infiltratievoorziening betekent meer dan alleen diensten van anderen inhuren en frequenties voor bijvoorbeeld het grasmaaien voorschrijven. De beheerder moet een actieve rol spelen om inzicht te krijgen en te houden in de wijze waarop de voorzieningen werken.
Die actieve rol betekent:

  • een terugkoppeling naar andere afdelingen na uitvoering van werkzaamheden (bijzonderheden, signaleren mogelijke problemen);
  • gerichte actie op meldingen, klachten en waarnemingen (bijvoorbeeld door regelmatig zelf langs voorzieningen te gaan en waar te nemen hoe de voorziening functioneert);
  • registratie van verrichte werkzaamheden, klachten, geconstateerde gebreken en genomen acties.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel