Stroomgebieden

Voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) is Nederland opgedeeld in vier stroomgebieden: Maas, Rijn, Schelde en Eems (zie figuur A). Het stroomgebied Rijn kent drie deelstroomgebieden: Rijn-Noord, -Oost, en -West. (Tot 2013 bestond Rijn-Oost uit de twee deelgebieden Rijn-Midden en Rijn-Oost). Het deelstroomgebied Rijn-Oost bestaat ook uit twee gebieden in Duitsland (Vechte en IJsselmeerzuflusse).

Figuur A Deelstroomgebieden KRW (Bron: www.clo.nl)Vergroot afbeelding

KRW-waterlichamen en overige waterlichamen

Binnen elk stroomgebied zijn KRW-waterlichamen aangewezen. Volgens de KRW is een waterlichaam een onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een overgangswater of een strook kustwater. Met aanzienlijke omvang wordt bedoeld meren en plassen met een minimale oppervlakte van 0,5 km(50 ha) of riviertjes met een stroomgebied groter dan 10 km2. Per gebied heeft de verantwoordelijke waterbeheerder de KRW-wateren vastgelegd en beschreven in de stroomgebiedbeheerplannen. Via het waterkwaliteitsportaal (WKP) is voor elk KRW-waterlichaam in Nederland een factsheet beschikbaar met o.a. basisgegevens, toestand, en maatregelen. De factsheets zijn gebundeld per waterbeheerder.

Veel sloten, vennen en stadswateren vallen dus vaak niet onder de KRW. Deze wateren worden ook wel overige waterlichamen genoemd. Tot 2009 golden voor deze wateren de MTR-normen vanuit de 4e Nota Waterhuishouding, maar die zijn vervallen met het in werking treden van de Regeling monitoring kaderrichtlijn water. Om toch ook voor niet-KRW-wateren een uniforme aanpak te hebben om ecologische beleidsdoelen af te leiden, zijn – analoog aan de methodiek voor KRW-wateren – ook voor deze overige wateren doelen en referenties en maatlatten opgesteld. 

Indeling KRW-water naar categorie

Alle KRW-wateren behoren tot een categorie op basis van hun inrichting: (1) natuurlijk, (2) sterk veranderd of (3) kunstmatig (zie figuur B). 

Natuurlijk

In Nederland zijn alleen de Waddenzee, de kuststrook langs de Noordzee, enkele beken op de hoge zandgronden in het oosten en zuiden, en het Naardermeer aangewezen als natuurlijke waterlichamen.

Kunstmatig

Het merendeel van de waterlichamen is van het type sterk veranderd of van het type kunstmatig. Kunstmatig wil zeggen door mensenhanden gemaakt. Gegraven kanalen en sloten en afgegraven plassen vallen dus per definitie in deze categorie. Het is niet de ambitie van de KRW om deze wateren natuurlijk te maken.

Sterk veranderd

Sterk veranderd wil zeggen dat door een menselijke ingreep in het verleden het water zich niet meer in zijn natuurlijke toestand bevindt. Het streven van de KRW is om deze wateren weer zo natuurlijk mogelijk te laten zijn, maar alleen als dit realistisch is. Het IJsselmeer is bijvoorbeeld met het oog op de waterveiligheid door de aanleg van de Afsluitdijk sterk veranderd van een zoute binnenzee naar een zoet meer. Dit heeft een duidelijk negatief effect gehad op de waterkwaliteit en de ecologie. Maar het terugbrengen naar de oorspronkelijke situatie zonder Afsluitdijk is niet reëel, temeer daar alternatieven voor de waterveiligheid (zoals het massaal ophogen van alle dijken) niet betaalbaar en maatschappelijk onacceptabel zijn.

De indeling van KRW-wateren in deze categorieën is van belang omdat natuurlijke wateren anders beoordeeld worden dan niet-natuurlijke wateren.

Figuur B Status KRW-wateren in 2008 (Bron: www.clo.nl)Vergroot afbeelding

Indeling KRW-water naar typen: stilstaand of stromend

De KRW onderscheidt veel verschillende typen oppervlaktewater. Het belangrijkste onderscheid in Nederland is of het opperwater stilstaat of stroomt. Stilstaande wateren zijn verschillende typen meren, vennen en kanalen in voornamelijk het westen en noorden van het land. Stromende wateren bestaan vooral uit beken en rivieren/riviertjes in het oosten en zuiden (zie figuur C). 

Elk type heeft een eigen code. Er zijn 35 typen stilstaande wateren met een code beginnend met een M, de 20 typen stromende wateren beginnen met een R. Ook zijn er vier codes voor estuaria en kustwateren (O2 en K1 t/m K3). Binnen deze hoofdtypen maakt de KRW onderscheid naar vorm en grootte van het water (zoals kanaal, meer, snel of langzaam stromend), type bodem (veenbodem, kiezels, klei, zand of kalk), chloridegehalte (zoet, brak of zout) en alkaliniteit (zuurbufferende capaciteit). De in Nederland gebruikte negen typen kunstmatige KRW-wateren (sloten en kanalen) zijn beschreven in STOWA (2018a)1. Voor natuurlijke wateren zijn het 27 typen, zie STOWA (2018b)2 en er zijn dertien typen overige (niet-KRW-)wateren, zie STOWA (2013)3.

Figuur C Stilstaande en stromende wateren in Nederland (Bron: www.clo.nl)Vergroot afbeelding

1 STOWA (2018a). Omschrijving MEP en maatlatten voor sloten en kanalen voor de Kaderrichtlijn Water 2021-2027. Rapport 2018-50, STOWA, Amersfoort.
2 STOWA (2018b). Referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de Kaderrichtlijn Water 2021-2027. Rapport 2018-49, STOWA, Amersfoort.
3 STOWA (2013). Referenties en maatlatten voor overige wateren (geen KRW-waterlichamen). Rapport 2013-14, STOWA, Amersfoort.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel