Hemelwater voert op straatniveau af naar een verlaagde groenstrook. Deze zone vangt het water op, waarna het in de bodem kan infiltreren. Meestal heeft de infiltratievoorziening een overloop; een zogenoemde slokop. Bij een volle infiltratievoorziening treedt de overloop in werking. Deze voert het overtollige hemelwater af naar oppervlaktewater (zie figuur A).


Figuur A Principe oppervlakte-infiltratie (1)

Soms is een extra infiltratiekoffer met een drain nodig. Bijvoorbeeld als de ondergrond relatief slecht doorlatend is (kleiner dan 0,3 m/dag) of bij tijdelijke hoge grondwaterstanden. Deze infiltratiekoffer zit onder de toplaag. Hij geeft extra berging, zodat het hemelwater langer de tijd heeft om te infiltreren. Bovendien zorgt de drain ervoor dat het water binnen de voorziening naar de locatie met de beste infiltratiemogelijkheden kan stromen. Dit is van belang bij een gelaagde ondergrond. U kunt de drain ook gebruiken om de grondwaterstand te reguleren (zie figuur B).


Figuur B Principe oppervlakteinfiltratie (2)

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel