De tweede onderzoeksvraag is per schaalniveau opgepakt. Voor de waterkwaliteitsproblemen uit tabel A, Onderzoeksvraag 1: welke waterkwaliteitsproblemen worden ervaren? is in beeld gebracht welke stoffen of stofgroepen hiervoor bepalend zijn. Voor deze stofgroepen is een analyse gemaakt van de relatieve bijdrage vanuit de afvalwaterketen en vanuit overige bronnen op basis van de belasting van het oppervlaktewater.

Hierbij is met nadruk onderscheid gemaakt tussen:
  • Emissie: hoeveel wordt geloosd?
  • Belasting: hoeveel komt hiervan terecht in het oppervlaktewater?
  • Waterkwaliteitsprobleem: welke problemen veroorzaakt deze belasting van het oppervlaktewater?


Het onderscheid tussen emissie en belasting speelt bijvoorbeeld een grote rol bij de emissie vanuit de landbouw, die voor een belangrijk deel achterblijft in de ‘haarvaten’ van het systeem. Het onderscheid tussen belasting en waterkwaliteitsprobleem speelt sterk bij fosfaat op de lagere schaalniveaus. Daar is zowel de belasting in kilogrammen als de hydraulische verblijftijd van belang, mede beïnvloed door het type rioolstelsel.De relatieve bijdrage per schaalniveau vindt u in de resultaattabellen in de betreffende hoofdstukken. Tabel A geeft als voorbeeld de resultaten voor het schaalniveau stadsvijver per beschouwde stofgroep.



Tabel A Relatieve bijdrage waterkwaliteitsproblemen stadsvijver

Met het resultaat uit tabel A is de stap te maken naar de achterliggende onderzoeksvraag: waarvoor zijn aanvullende kennis en inzicht nodig? Ofwel: welke onderzoeksbehoefte bestaat op basis van de resultaten van onderzoeksvraag 2?

Hierbij is de volgende redenering gevolgd:

  1. Waar het afvalwatersysteem geen significante bijdrage aan de waterkwaliteitsproblemen levert, is ook geen extra aanvullend inzicht nodig in de exacte hoogte van deze bijdrage. Dit geldt voor de stof(groepen) waar óf geen waterkwaliteitsprobleem aanwezig is (4e kolom in tabel A) óf de oorzaak niet in de waterketen ligt (5e kolom in tabel A).
  2. Waar het afvalwatersysteem wél een significante bijdrage aan de waterkwaliteits-problemen levert, is mogelijk wel aanvullend inzicht in de hoogte van deze bijdrage nodig.
  3. Dit aanvullende inzicht is alleen nodig als de mate waarin een waterkwaliteitsprobleem optreedt, afhankelijk is van de toegepaste rekencon-centratie (6e kolom in tabel A).
  4. Alleen voor díé stofgroepen waarvoor een waterkwaliteitsprobleem is, waarvan de oorzaak op dat schaalniveau in de waterketen ligt en de mate van het probleem afhankelijk is van de rekenconcentraties, bestaat behoefte om meer kennis te vergaren over de toe te passen rekenconcentraties. De achtergrond van deze variaties in rekenconcentraties (zoals het type woonwijk en industrie) is hierbij vooralsnog buiten beschouwing gebleven.


Dit houdt voor het schaalniveau stadsvijver in dat:

  • Voor het gemengde rioolstelsel behoefte bestaat aan meer inzicht in de fosfaathuishouding en BZV-huishouding.
  • Voor de gescheiden rioolstelsels behoefte bestaat aan meer inzicht in de fosfaathuishouding, stikstofhuishouding, zware metalen en hygiënische betrouwbaarheid.


Deze afleiding is doorgevoerd voor alle schaalniveaus. Een samenvatting van de resultaten hiervan vindt u in tabel B. Bijlage 1 (PDF) geeft een totaaloverzicht van alle schaalniveaus.



Tabel B Overzicht aanvullende behoefte inzicht in rekenconcentraties

Tabel C maakt snel zichtbaar welke aanvullende kennis per lozingsbron vanuit de waterketen wenselijk is op basis van onderzoeksvraag 2. Deze informatie komt uit tabel C.


Tabel C Gewenst aanvullend inzicht in toe te passen rekenconcentraties per type lozingspunt.

Zie ook bijlage 1 van de PDF.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel