Stappenplan en stroomschema

Laatst geac­tu­aliseerd 14 juli 2020

Hier vindt u een stappenplan dat u kunt doorlopen voordat u met werkzaamheden aan oude riolering start. Ook vindt u hier een stroomschema waarmee u asbestverdachte locaties kunt verkennen.

Stappenplan

Figuur A Stappenplan voor uw projectVergroot afbeelding

Als u aan oude riolering gaat werken, kunt u het stappenplan in figuur A doorlopen:

  1. Als eerste verkent u mogelijk asbestverdachte situaties. Dit kunt u grotendeels op de computer doen met behulp van de gegevens in uw beheersysteem. Bij deze verkenning kunt u het stroomschema in figuur B (zie onderaan de pagina) gebruiken.
  2. Bij een asbestverdachte situatie moet u de aanwezigheid van asbest laten vaststellen met een officiële asbestinventarisatie. Hiervoor schakelt u een door de Stichting Certificatie Asbest (Ascert) geaccrediteerd bedrijf in voor monstername. De inventariseerder bepaalt het aantal steekproefsgewijs te nemen monsters afhankelijk van de omvang van uw project. Als het laboratorium geen asbest vindt, kunt u uw project gewoon starten.
  3. Als het laboratorium wél asbest vindt, beoordeelt de asbestinventariseerder de risico’s volgens de landelijke en wettelijke SMA-rt-systematiek:
    a) Als de geschatte blootstelling onder de grenswaarde van 2000 asbestvezels per kubieke meter lucht blijft, kan sanering plaatsvinden in risicoklasse 1. Dat betekent niet-gecertificeerde verwijdering met beperkte aanvullende eisen.
    b) Bij een geschatte blootstelling boven de grenswaarde is gecertificeerde verwijdering verplicht.
    Met een meetstudie waarbij u de daadwerkelijke blootstelling laat meten, kunt u mogelijk afschaling van de risicoklasse onderbouwen.
  4. Ten slotte stelt u een saneringsplan op om de asbestsanering te laten uitvoeren volgens het Asbestverwijderingsbesluit. U houdt daarbij rekening met zowel de gezondheid van de asbestverwijderaar (Arbo) door de blootstelling te bepalen en beheersen als met het milieu door te voorkomen dat asbest in het milieu komt. In het saneringsplan maakt u een afweging tussen arbeidsomstandigheden en milieubescherming. Als u bijvoorbeeld alles als asbesthoudend afval aanmerkt, resulteert dit in een onnodig grote afvalstroom. Aan de andere kant zorgt het tussenuit zagen van moffen voor een extra gezondheidsrisico, mede door de stofbelasting. Stichting RIONED neemt in het feitendossier ter onderbouwing van de aanvraag voor een landelijke regeling aanbevelingen op voor hoe u in de praktijk met deze afwegingen kunt omgaan.

Stroomschema om asbestverdachte situaties te verkennen

Figuur B Stroomschema om asbestverdachte situaties te verkennenVergroot afbeelding

Het stroomschema bestaat uit vier vragen:

  1. Van welk materiaal zijn de riolen? Steenachtige ((gewapend) beton of keramiek) riolen of aansluitingen op steenachtige riolen. Het gaat om alle verbindingen in (hoofd)riolen, rioolputten, aansluitleidingen en kolken, en verbindingen van aansluitleidingen op andere objecten. Ook in de kit voor de aansluiting van kunststof aansluitleidingen op een steenachtig (hoofd)riool is in de praktijk asbest aangetroffen. En in de voegen tussen putdelen en tussen de onder- en bovenbak van straatkolken kan ook asbest zitten.
  2. In welk jaar is de riolering aangelegd? Asbest is met name gebruikt vanaf 1945 tot en met 1993. Vanaf 1 juli 1993 is het gebruik van asbest wettelijk verboden. Wel zijn toen nog de voorraden opgemaakt. Daarom is het hele jaar 1993 nog verdacht.
  3. Wat is het type verbinding? Bij klikinlaten voor aansluitleidingen is geen kit nodig. Mof-spieverbindingen gebruiken een rubberring voor de flexibele en waterdichte verbinding van riolen. Bij vaar-moerverbindingen is vaak wel voegenkit gebruikt die dus asbest kan bevatten.
  4. Wat is het type voegvulling? Is sprake van een starre of flexibele verbinding? Vaar-moerverbindingen bevatten kit in de voegen óf zijn star verbonden met cement. Dit onderscheid kunt u met visuele (camera-)inspectie vaststellen.