Kader en uitgangspunten

Dit onderdeel beschrijft het kader en de uitgangspunten voor de beoordeling van het functioneren van onderdelen van regenwatervoorzieningen en -systemen.

Systematiek
Dit onderdeel richt zich op de controle van het hydraulisch functioneren van individuele voorzieningen. Denk aan vegetatiedaken, installaties voor het benutten van regenwater, straatgoten, infiltratie- voorzieningen, behandelvoorzieningen, overlaten, doorlaten en riolen. Een systeem kan deze voorzieningen onderling koppelen.

Figuur A geeft een systeem van drie gekoppelde voorzieningen aan. De volgorde van de koppeling van de voorzieningen is belangrijk. In de meeste systemen zijn de voorzieningen gekoppeld in een boomstructuur, waarbij er sprake kan zijn van meerdere bestemmingen van het regenwater (de wortels). Voor de analyse van het functioneren van het systeem werkt u stroomafwaarts van de takken naar de wortels. Het vegetatiedak vangt het regenwater op en loopt over via een regenpijp naar een molgoot die uitkomt in een infiltratieriool. De inloop van neerslag van straatoppervlak belast eerst het infiltratieriool dat overloopt naar het oppervlaktewater.


Figuur A Voorbeeld van een systeem opgebouwd uit regenwatervoorzieningen

Dit onderdeel laat de werking van een regenwatersysteem met overlopen naar een gemengd systeem buiten beschouwing. Dergelijke situaties kunt u (vaak vereenvoudigd) meenemen in een controleberekening met een rioleringsmodel. De getalsmatige invulling van de kwaliteitsparameters blijft in de uitwerking van maatstaven en meetmethoden buiten beschouwing. Een inschatting van de kwalitatieve aspecten kunt u wel meenemen als randvoorwaarde voor het hydraulisch functioneren van een voorziening. Dat kan bijvoorbeeld in het kader van onderhoud of mogelijke vervuiling van bodem en grondwater.


Kennisbank


U Bezocht Onlangs


GEEF UW SUGGESTIE