De laag ‘ondergrond’ staat voor het samenhangende en levende systeem van water, bodem en het leven daarin. Processen in de ondergrond maken deel uit van kringlopen (water, energie, stoffen) op een lokale, regionale, nationale en mondiale schaal. Kenmerkend voor de ondergrond is het trage verloop van processen. Zeker in relatie tot de meeste processen in de netwerk- en de occupatielaag. Langetermijnprocessen als klimaatverandering en bodemdaling kunnen ingrijpende effecten hebben op de ondergrond en de waterhuishouding in het bijzonder. Nederland kenmerkt zich door de overgang van hoog, droog en zanderig naar nat, kleiig en venig laagland.

De ondergrond kan leiden tot de volgende specifieke randvoorwaarden voor het schetsontwerp:

  • (Geo)hydrologische situatie
    Er kan sprake zijn van een inzijgings- of kwelgebied. In het eerste geval is in de natuurlijke situatie meestal weinig oppervlaktewater aanwezig en een gemiddeld lagere grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld. In een kwelgebied is in de natuurlijke situatie veel oppervlaktewater aanwezig en een gemiddeld hogere grondwaterstand. De kwel kan een positieve, maar ook een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Van de bestaande watergangen is de afstromingsrichting van belang voor mogelijke verspreiding van verontreinigingen en de berging van water. Afhankelijk van de functie van de watergangen in het regionale watersysteem kunnen ecologische doelstellingen strenge eisen stellen aan de inrichting van de lokale waterhuishouding. Daarnaast kunnen grondwaterbeschermingsgebieden (intrekzones van drinkwaterwingebieden) aanvullende voorwaarden stellen aan de toepassing van infiltratie en de inrichting van extra berging voor calamiteiten.
     
  • Bodem
    De draagkracht en samenstelling van de bodem beïnvloeden de wijze van bouwrijp maken. De vereiste drooglegging bepaalt de inzet van drainage en/of het ophogen van het terrein. Om de draagkracht te verbeteren, zijn eventueel aanvullende maatregelen nodig, zoals voorbelasten. Daarmee blijft zettingsgevoeligheid binnen de perken.

In stedelijk gebied kan sprake zijn van bodemverontreiniging. In dat geval moet u voorkomen dat deze zich bijvoorbeeld door infiltratie van hemelwater verspreidt.

  • Natuur
    Afhankelijk van hun zeldzaamheid stellen de flora en fauna in het plangebied specifieke en dwingende eisen aan de inrichting. Zo hangt de vormgeving van watergangen en oevers nauw samen met bijvoorbeeld de realisatie van doorgaande ecologische verbindingen en paaiplaatsen voor vissen. Voldoende aandacht voor flora en fauna in het planproces voorkomt grote vertraging en kostbare aanpassingen van het ontwerp bij de uitvoering.
  • Neerslag
    In Nederland verschilt de jaarlijkse neerslag per regio. Voor de dimensionering van hemelwaterstelsels kunt u deze neerslagspreiding verwaarlozen en uitgaan van de neerslagreeks De Bilt 1955-1979, met een gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid van 800 mm. De klimaatverandering laat de volgende tendensen zien: de zomer wordt droger, de buien worden intenser en de winter wordt natter. Controleer de dimensionering in het ontwerp daarom ook met meer extreme neerslag.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel