Er bestaan twee redenen om drainageleidingen te voorzien van een omhulling:
  1. Het dient als filter en gaat dichtslibben van de drainageleiding met bodemdeeltjes tegen.
  2. Het bevordert de stroming van grondwater de drainageleiding in door het vergroten van de zogenaamde “natte omtrek”. 
Belangrijkste parameter bij de keuze van het omhullingmateriaal is de karakteristieke poriëngrootte van het omhullingmateriaal. Is de karakteristieke poriëngrootte te klein (<400 µm) dan slibt de omhulling te snel dicht (zie Dichtslibben of inspoelen). Is de karakteristieke poriëngrootte te groot (>1100 µm) dan houdt het onvoldoende tegen en spoelen deeltjes de drainageleiding in.
 
De karakteristieke poriëngrootte, O90, komt overeen met die korreldiameter waarbij 90% van de zandfractie een grotere korreldiameter heeft. Dit kan bepaald worden met behulp van een zeefkromme.
 
Om dichtslibben te voorkomen wordt het gebruik van een volumineuze omhulling met een karakteristieke poriëngrootte van groter dan 700 µm, zoals PP-700, drainagezand of grind geadviseerd.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel