De vier werkmethoden kunt u apart of gecombineerd toepassen. Per groep van gelijksoortige objecten zijn de aanpak en strategie gelijk. Met gelijksoortig bedoelen we gelijk qua grondsoort, materiaal, afmeting of gebruik.

Risicogestuurd

Met risicogestuurde risicogestuurd inspectie deelt u uw stelsel op in risicogroepen. Hoe vaak u laat inspecteren, hangt af van de risicogroep. De rioleringsobjecten in de laagste risicoklassen inspecteert u pas als in theorie een ingrijpmaatstaf wordt bereikt. In de hoogte risicoklassen plant u uiteraard meer op een preventieve aanpak.
Voordeel van deze methode is dat de inspectieplanning meer op het gewenste tijdstip komt dan bij de cyclische werkmethode. Nadeel is dat dit een relatief nieuwe methode is en daarom nog niet duidelijk is hoe dit op lange termijn uitpakt. Met geautomatiseerde systemen kunt u het gedrag op de lange termijn voorspellen. Deze modellen moet u wel tijdig kalibreren en/of herijken.

Planmatig

Cyclisch

Bij een cyclische werkmethode stemt u de planning van inspecties af op een vooraf bepaalde strategie voor verschillende inspectiegroepen (bijvoorbeeld een groep hwa en dwa of een selectie op grondsoort). U kunt alleen cyclisch plannen op basis van aanlegjaar en als u voldoende objectgegevens hebt. Minimaal benodigde gegevens zijn aanlegjaar, lengte, diameter, materiaal en stelseltype. 

Het voordeel van een cyclisch inspectieplan is dat het gestructureerd inzicht geeft in de kwaliteit en onderhoudsbehoefte van het stelsel in de loop van de tijd. Het belangrijkste nadeel is dat de kwaliteit van het object geen rol speelt en de technische noodzaak van een inspectie kan ontbreken (goede riolen inspecteren).

Kwalitatief

Met deze aanpak plant u de inspecties om kwalitatieve gegevens over de objecten in te winnen. De frequentie en omvang van deze inspecties legt u vast in het inspectieplan. U gaat de riolering pas inspecteren als u vermoedt dat de kwaliteit terugloopt (na meer dan de helft van de theoretische levensduur) of als uit eerdere inspectiebeelden blijkt dat monitoring noodzakelijk is. 

Ad hoc

Met deze aanpak laat u inspecties uitvoeren als er defecten zijn (u grijpt reactief in). Informatie hierover krijgt u bijvoorbeeld door klachten van bewoners, pompgegevens of (afval)wateroverlast. Bij kleine (ver)storingen werkt de ad-hocmethode goed. Bij grotere (ver)storingen, zoals stagnatie van de afvalwaterstroom, zijn structurele maatregelen nodig en moet u een uitvoerende partij inschakelen die snel kan ingrijpen.

Doordat u altijd reactief ingrijpt, duren de storing en de overlast voor gebruikers vaak langer. Grootste nadeel van deze methode is dat u minder goed integraal kunt afstemmen en gebiedsgerichte langetermijnplannen minder goed kunt onderbouwen.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel