Meetgegevens voor het doorrekenen van een daadwerkelijk opgetreden gebeurtenis

Meetgegevens van waterkwantiteit kunt u gebruiken om het model mee te toetsen, of als hydraulische randvoorwaarde bij de modelafbakening voor het doorrekenen van een daadwerkelijk opgetreden (en gemeten) gebeurtenis. Als u als beheerder in het stelsel meet, kunt u uw metingen uit dat meetnet gebruiken. Elders in de Kennisbank vindt u uitgebreide informatie over meten in een stedelijk watersysteem, zoals de keuze van een geschikte meetopzet, het opstellen van een meetplan, en de te gebruiken meetapparatuur en telemetrie. Zeer belangrijk voor het toepassen van metingen voor modelberekeningen is de valdiatie die ervoor zorgt dat de meetgegevens voldoende betrouwbaar en nauwkeurig zijn. Het gebruik van niet-gevalideerde meetgegevens is zeer sterk af te raden, omdat u hiermee de betrouwbaarheid van uw rekenmodel eerder kunt verlagen dan verhogen.

Ook als u geen meetnet in het rioolstelsel tot uw beschikking hebt, zijn er vaak meetgegevens die u kunt gebruiken. Enkele voorbeelden staan hieronder.

Debietmetingen uit gemalenbeheersysteem

Bij het narekenen van historische gebeurtenissen kunt u het debiet  baseren op debietmetingen van een bovenstrooms gemaal. Dan moet u de meetgegevens uit het gemalenbeheersysteem halen. Let daarbij vooral op de kwaliteit en compleetheid van deze meetgegevens. De ervaring leert dat dergelijke tijdreeksen vaak grote gaten vertonen, aangezien gemalenbeheersystemen doorgaans zijn ontworpen om de besturing van de gemalen op orde te houden en niet om meetgegevens met een hoge frequentie vast te leggen.

Metingen oppervlaktewaterpeil van waterschap

Waterschappen beheren doorgaans een hydraulisch meetnet dat waardevolle informatie bevat over de oppervlaktewaterstand. Let wel op dat het dichtstbijzijnde meetpunt in het oppervlaktewater ten opzichte van de overstort waarvoor u de hydraulische randvoorwaarde gebruikt, niet altijd bruikbaar is vanwege peilscheidingen of hydraulische weerstand tussen het meetpunt en de overstort. Ook binnen peilgebieden kunnen in de praktijk flinke ruimtelijke variaties in het peil voorkomen door windopzet of een hoge hydraulische weerstand in duikers.

Zelf oppervlaktewaterpeil meten

U kunt zelf het oppervlaktewaterpeil meten door (als onderdeel van het meetnet) bij de riooloverstorten een sensor aan de oppervlaktewaterzijde van de overstortmuur te plaatsen.

Meetnet van freatisch grondwater

Informatie over de grondwaterstand kunt u afleiden uit het meetnet van freatisch grondwater dat veel gemeenten hebben. Dicht bij infiltratievoorzieningen kan de grondwaterstand snel reageren op hemelwaterinfiltratie. Om de lokale grondwaterstand als randvoorwaarde te kunnen modelleren, hebt u meetgegevens nodig in de directe nabijheid van de voorziening met een hoge frequentie (eens per kwartier).

Tijdreeksen van modelresultaten als randvoorwaarden voor een reeksberekening

Voor reeksberekeningen kunt u ook tijdreeksen voor debiet en/of (grond)waterstand genereren door het uitvoeren van een reeksberekening met een betrouwbaar rekenmodel van het inprikkende gebied, een regionaal watersysteemmodel en/of een grondwatermodel. De resulterende tijdreeks van debiet of niveau kunt u vervolgens als randvoorwaarde op het rekenmodel zetten. Dit kan vooral voor variantenstudies handig zijn, zo hoeft u het inprikkende gebied, het regionale watersysteem of het grondwatersysteem maar een keer door te rekenen.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel