De begincondities voor het beheer van nieuwe riolen en de acceptatie van het werk van de aannemer legt u bij de oplevering vast met een opleveringsinspectie. Door het werk te toetsen aan de maatstaven volgens de bestekseisen, kunt u nagaan of de aangelegde riolen voldoen. De visuele inspectie en beoordeling van de toestand van nieuw aangelegde riolen wijken qua aanpak niet af van de visuele inspectie en beoordeling van riolen in andere situaties. Maar in de praktijk vergeet de gemeente vaak om de eisen voor de uitvoering van visuele inspectie eenduidig vast te leggen (zie hiervoor Borgen kwaliteit van de werkzaamheden). Ook de vastlegging van de gegevens vanuit een opleveringsinspectie in een beheersysteem vergt aandacht, omdat het karakter hiervan afwijkt ten opzichte van een routinematige inspectie in een bestaand rioolstelsel. De gegevens uit een opleveringsinspectie zal men in het beheersysteem moeten opnemen met speciale aanduiding. Anders komt een eventueel geaccepteerd gebrek steeds opnieuw in beoordeling terug. U kunt in het beheersysteem ook aangeven hoe met het geaccepteerde gebrek om te gaan, zoals jaarlijkse controle van de toestand.
 
NEN 3398 schrijft bij een opleveringsinspectie geen specifieke inspectiemethode voor. Dit moet u in het bestek regelen (zie ook Oplevering van nieuw werk (reparatie, renovatie, vervanging en verbetering)). De RAW-standaard geeft in paragraaf 25.17.01 het volgende aan: "Tenzij het bestek anders vermeldt, omvat de opleveringsinspectie bij rioolaanleg als bedoeld in NEN 3398 paragraaf 7.2.5 ten minste: a) een visuele inspectie met behulp van een rijdende camera voor het vastleggen van de conditie van riolen en putten; b) het vaststellen van hoogteligging."

De maatstaven bij oplevering omschrijft u dus in het bestek. Deze maatstaven gaan verder dan alleen de maatstaven bij visuele inspectie vanuit het riool. Aangezien de NEN-EN13508-2 en NEN 3399 ook in de toestandsregistratie van putten en andere bijzondere constructies voorzien, is het raadzaam ook de toestand van deze objecten vast te leggen en te beoordelen. De RAW-standaard (hoofdstuk 25 Leidingwerk) kent maatstaven voor:
  • de situering en diepteligging van het riool (geometrie);
  • de waterdichtheid van het riool;
  • de toestand van het riool (constructie en afstroming).
Als u in het bestek geen verdere eisen stelt, geldt de algemene bepaling uit paragraaf  9.3.1. van NEN 3398. Hierin staat dat de maatstaf bij opleveringsinspectie voor elk normatief toestandsaspect van NEN 3399 classificatie 1 (= niet geconstateerd of conform de specificatie van klasse 1) moet zijn. Omdat met de productnormen van betonbuizen niet altijd een klasse 1 haalbaar is (dit hangt helemaal af van uw lokale omstandigheden), moet u zich terdege realiseren wat u in het bestek omschrijft. Tabel A geeft een overzicht van de maatstaven bij opleveringsinspectie.



Tabel A Maatstaven bij opleveringsinspectie (Gebaseerd op: Handreiking ‘Goede bestekseisen voorkomen problemen bij oplevering’ van Stichting RIONED)

In het bestek moet ook staan wat de consequenties zijn als de aangelegde riolen niet aan de bestekseisen voldoen. De beoordeling geeft daarmee dus ook antwoord op de vraag of maatregelen noodzakelijk zijn, wat de aard van de maatregelen is en binnen welke termijn u de maatregelen moet treffen. Het antwoord op deze vragen is respectievelijk ‘ja’, ‘opnieuw aanleggen’ en ‘vóór de oplevering van het werk’.
 
Het treffen van herstelmaatregelen moet natuurlijk wel mogelijk zijn. Vaak vindt een opleveringsinspectie pas plaats als het wegdek alweer is aangebracht. Dat is voor veel herstelmaatregelen te laat. Geef daarom in het bestek aan wanneer de opleveringsinspectie moet plaatsvinden en dat vervolgwerkzaamheden pas na goedkeuring van het opgeleverde riool zijn toegestaan.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel