Hoe lager de gebruiksintensiteit van de voorziening en hoe schraler het beheer, des te wenselijker is het om het maaisel te verwijderen. In armere toplagen is namelijk minder bodemleven actief, zodat het bodemleven grasresten minder of niet zal afbreken. Hierdoor ontstaat een viltige graszode: een zode met een glad laagje van niet-verteerde maaiselresten met lage water- en luchtinfiltratiecapaciteit. Om dit te voorkomen, moet u het maaisel opvangen of opvegen en afvoeren.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel