Nabij lozingspunten van de riolering kan het risico op maag-darm-, luchtweg- of huidklachten groot zijn. Dit kan door direct contact met besmet water of doordat kinderen opspattend water inademen tijdens het spelen in het water of volwassenen als ze bijvoorbeeld de hond uitlaten.

Figuur A Gezondheidsrisico's in de nabijheid van lozingspunten riolering (Bron: RIVM, bewerkt door Stichting RIONED) Vergroot afbeelding

Typen lozingen

Bij hevige en/of langdurige neerslag treden bij (verbeterd) gemengde riolering of verbeterd gescheiden riolering de riooloverstorten in werking. Hierbij komt ongezuiverd rioolwater in het oppervlaktewater terecht. Dit rioolwater kan naast ziekteverwekkers antibioticaresistente bacteriën bevatten. De hemelwateruitlaten van gescheiden riolering treden al in werking bij enige neerslag van betekenis. Afstromend hemelwater kan verontreinigd zijn met onder andere honden- of vogelpoep, metalen en PAK's .

Figuur B Riooloverstortput gemengde riolering (Bron: GAW | Stichting RIONED) Vergroot afbeelding

 

 

 

 

 

 

 

 

 




Lozing vanuit riooloverstorten

In het verleden hebben riolerings- en waterbeheerders de lozingspunten in beeld gebracht en gericht overstorten gesaneerd om risico’s voor de gezondheid van mens en dier weg te nemen (Aanpak risicovolle riooloverstorten). Zo zijn op veel plaatsen riooloverstortputten opgeheven, is de functie van het oppervlaktewater gewijzigd (bijvoorbeeld geen zwemwater meer), zijn lozingspunten verplaatst naar gunstiger locaties (bijvoorbeeld groter water), zijn watergangen verbreed/verdiept, is oppervlaktewater beter doorspoelbaar gemaakt en zijn maatregelen getroffen om de vuilemissie te verminderen. Daarnaast zijn preventieve maatregelen genomen. Zo zijn locaties met hekken afgesloten, bewoners voorgelicht en alternatieve drinkwatervoorzieningen voor dieren gerealiseerd.

Hoewel het blootstellingsgevaar dankzij de maatregelen uit het verleden is verminderd, moet u alert blijven. Als het grondgebruik bijvoorbeeld wijzigt kan een lozingspunt weer risicovol worden.

GRP en Omgevingswet

Om te borgen dat de lozingspunten voor de waterbeheerder in beeld blijven dient de rioleringsbeheerder in het GRP een actueel overzicht van lozingspunten op te nemen. Met de komst van de Omgevingswet (2021) vervalt de (GRP) -verplichting en dus ook dit hierin opgenomen overzicht. Dit is één van de redenen waarom na het vervallen van de verplichting het nog steeds zinvol is om een programma riolering op te stellen.

Lozing vanuit hemelwateruitlaten

Voor hemelwateruitlaten is de situatie anders dan bij riooloverstorten van gemengde riolering. Als het stelsel goed is aangelegd en er geen foutaansluitingen zijn, loost een hemelwateruitlaat afstromend hemelwater dat 'licht verontreinigd' is met al het afval van de weg (waaronder microplastics en honden- en vogelpoep). De directe gezondheidsrisico’s voor mensen die hierin recreëren zijn klein, vergelijkbaar met wadi’s).

Figuur C Hemelwateruitlaat (Bron: GAW | Stichting RIONED) Vergroot afbeelding

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




Foutaansluitingen

Foutaansluitingen kunnen gezondheidsrisico’s veroorzaken. In de praktijk blijkt dat het aantal foutaansluitingen in een wijk kan variëren tussen de 0 en 10% (met uitschieters tot 30%). Op basis van praktijkervaring is gemiddeld 2% van de woningen bij aanleg foutief aangesloten. Uitgaande van dit foutpercentage is op jaarbasis de emissie van nutriënten vanuit een hemelwaterstelsel vergelijkbaar met een overstort vanuit een gemengd rioolstelsel. Maar overstorten vanuit de gemengde riolering lozen slechts enkele malen per jaar afvalwater, terwijl bij hemelwateruitlaten met foutaansluitingen bij elke regenbui afvalwater in het milieu terechtkomt.

De mogelijke gezondheidsrisico’s bij een gemengd stelsel zijn dus incidenteel en dan groter, terwijl ze bij een gescheiden stelsel met foutaansluitingen na elke regenbui ontstaan. Hoewel de regen de ziekteverwekkers in afvalwater verdunt, is daarmee het risico niet evenredig kleiner. Eén gram ontlasting is een cocktail van miljarden bacteriën en virussen. Bij regen wordt een afvalwaterlozing vanuit een hemelwateruitlaat vaak hooguit 10-1.000 keer verdund. Dit betekent dat de concentratie ziekteverwekkers nog steeds zo'n 106 stuks per liter ligt. Bij zulke hoge concentraties hoeft een mens maar enkele druppels water binnen te krijgen om ziek te kunnen worden.

Lozing vanuit rwzi's

De waterschappen hebben sinds de jaren 90 van de vorige eeuw veel rwzi’s aangepast. Stikstof en fosfaat worden zodanig uit het afvalwater verwijderd dat de meeste rwzi’s de wettelijke normen voor lozing in oppervlaktewater halen. Hierdoor is de oppervlaktewaterkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vissterfte door lozing van zuurstofvragende stoffen komt nauwelijks meer voor. Ook zijn de gehalten nutriënten in oppervlaktewater gedaald. Naast de aangepaste zuivering hebben verbeteringen in het rioolstelsel zoals randvoorzieningen en afkoppelen van schoon verhard oppervlak flink bijgedragen aan een betere oppervlaktewaterkwaliteit.

Niettemin heeft het gezuiverde afvalwater (effluent) van de rwzi’s invloed op de kwaliteit van het oppervlaktewater waarin het terechtkomt. Mede hierdoor is het fosfaatgehalte in veel oppervlaktewateren nog steeds te hoog. Ook lozen de rwzi’s allerlei stoffen die in het afvalwater van huishoudens en bedrijven zitten, zoals resten van geneesmiddelen, microplastics en nanodeeltjes. Deze brengen risico’s voor de waterkwaliteit en indirect voor de volksgezondheid met zich mee.

Ondanks dat er al veel bacteriën tijdens het zuiveringsproces zijn verwijderd kunnen in het effluent nog steeds hoge aantallen bacteriën aanwezig zijn. Vaak worden nog tot ver benedenstrooms hoge aantallen E. coli en intestinale enterokokken aangetroffen.

Lozingen buitengebied

Volgens Nut van stedelijk waterbeheer (Stichting RIONED) zijn in Nederland 326.000 woningen op mechanische riolering aangesloten (4,1%) en 27.500 op een (IBA) (0,4%). Circa 8.000 woningen lozen hun afvalwater nog ongezuiverd (0,1%). Het criterium voor de sanering hiervan is doelmatigheid conform de afspraken in het Bestuursakkoord Water (zie ook de handreiking Keuzeproces afvalwater buitengebied, STOWA, 2015).

De ongezuiverde lozingen en de lozingspunten van iba’s (individuele systemen voor de behandeling van afvalwater) belasten het milieu in meer of mindere mate, afhankelijk van de omvang en samenstelling van het geloosde afvalwater en de ontvangstcapaciteit van het oppervlaktewater. Hierbij kunnen ziekteverwekkers in het oppervlaktewater terechtkomen.

Drinkwater voor vee

Ziekteverwekkers als Campylobacter, Salmonella, Giardia en Cryptosporidium kunnen ook in het water terechtkomen wanneer een deel van de mest van het vee afstroomt naar de sloot. Daarom voldoet oppervlaktewater niet aan de referentierichtlijnen voor veedrinkwater voor E.coli. Hoe meer koeien drinken, hoe meer voedsel ze tot zich nemen en hoe hoger de melkproductie wordt. Doordat de melkproductie toeneemt, is het al snel kosteneffectief om leidingwater aan te leggen om koeien te laten drinken. De aanlegkosten verschillen per locatie maar verdienen zich gemiddeld binnen een à twee jaar terug. De gezondheidsdienst voor dieren adviseert daarom om geen oppervlaktewater, maar leiding- of grondwater te gebruiken als drinkwater voor vee.

Antibioticaresistente bacteriën

Het gebruik van antibiotica in de gezondheidszorg en in de veehouderij zorgt ervoor dat steeds meer bacteriën niet meer op antibiotica reageren. Deze bacteriën noemen we antibioticaresistent.

Verspreiding via rwzi-effluent

Resistente bacteriën verlaten het menselijk lichaam via de ontlasting (feces). Ze komen via de riolering bij de rwzi terecht. De rwzi haalt een deel van de bacteriën uit het afvalwater. De rest wordt met het rwzi-effluent geloosd in oppervlaktewater. Ook komen feces via overstortingen of foutaansluitingen direct in het oppervlaktewater terecht, waar de resistente bacteriën uiteindelijk doodgaan. Maar voordat deze doodgaan, kunnen ze zich nestelen in mensen en dieren die met dit water in aanraking komen.

Bijdrage foutaansluitingen en overstortingen

In de publicatie De rol van afvalwater bij de verspreiding van antibioticaresistentie (STOWA, 2018) is op basis van onderzoek geconcludeerd dat foutaansluitingen in gescheiden stelsels en overstortingen vanuit gemengde stelsels een minstens zo belangrijke bijdrage leveren aan de verspreiding van antibioticaresistentie naar oppervlaktewater als het effluent van rwzi’s.

Voor zover nu bekend wordt de hoeveelheid binnenkomende resistente bacteriën bij een reguliere zuivering met een factor 100 verminderd. Gemiddeld komt 4% van al ons afvalwater ongezuiverd in het oppervlaktewater terecht. Dat gebeurt via overstortingen en hemelwateruitlaten van gescheiden rioolstelsels met foutaansluitingen. Deze 4% levert een vier keer hogere belasting van het oppervlaktewater met resistente bacteriën op dan via het rwzi-effluent.

Maatregelen

Door foutaansluitingen op te sporen en aan te pakken en de blootstelling van mensen bij lozingspunten te beperken (verplaatsen locaties voor activiteiten), kunt u de aanwezigheid van resistente bacteriën en de blootstelling aan deze én andere mogelijke ziekteverwekkers in het oppervlaktewater verminderen.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel