Het Blah stelt in artikel 7 dat particuliere huishoudens hun huishoudelijk afvalwater niet in de bodem mogen lozen als er binnen 40 meter een openbaar vuilwaterriool of ander zuiveringtechnisch werk ligt en aansluiting hierop mogelijk is. Hier gelden dezelfde eisen als voor soortgelijke lozingen in oppervlaktewater.

Lozen tijdelijk toestaan

Als de bescherming van de bodemkwaliteit niet in het gedrang komt, kan het bevoegd gezag (de gemeente) op aanvraag van de lozer via een maatwerkvoorschrift het lozen op of in de bodem tijdelijk toestaan (art. 7, derde lid Blah). Dit kan de gemeente bijvoorbeeld doen als de afschrijvingstermijn van de al aanwezige voorziening nog niet is verstreken. Een gebruikelijke afschrijvingstermijn is 15 jaar.

Eisen zuiverings- en infiltratievoorziening

Als een huishouden zijn afvalwater niet in het riool maar direct in de bodem loost, moet het afvalwater op grond van art. 8 Blah eerst door een zuiveringsvoorziening gaan. Art. 9 Blah schrijft daarnaast een infiltratievoorziening voor. In de (ministeriële) Regeling lozing afvalwater huishoudens staan de eisen waaraan deze zuiverings- en infiltratievoorziening moeten voldoen. In principe moet een septic tank worden toegepast met een minimale inhoud van 6 m3 en een hydraulisch rendement van maximaal 10 gram, conform NEN-EN 12566-1 (IBA type I). Voor de infiltratievoorziening geldt dat het water uit de voorziening niet in direct contact mag komen met het grondwater. Verder bepaalt de regeling dat de infiltratievoorziening geen hinder mag veroorzaken (bijvoorbeeld wateroverlast) en dat nadelige gevolgen voor de volksgezondheid moeten worden voorkomen. 

Meldplicht voor directe afvalwaterlozing in de bodem

Particulieren die van plan zijn huishoudelijk afvalwater direct in de bodem te lozen, moeten dit melden (art. 13 Blah). Dat moet ten minste zes weken vóór het plaatsen van een zuiveringsvoorziening als bedoeld in art. 8 Blah. De meldplicht geldt overigens alleen voor huishoudelijk afvalwater, dus niet voor hemelwater of overtollig grondwater.

Lozingen in milieubeschermingsgebieden

Provinciale Staten (PS) kunnen op grond van de Wet milieubeheer (Wm) gebieden aanwijzen waarin de kwaliteit van het milieu (of van een of meer onderdelen daarvan) bijzondere bescherming nodig heeft: milieubeschermingsgebieden. Hiertoe behoren de gebieden waar grondwater voor de drinkwaterwinning wordt gewonnen. Er wordt vaak onderscheid gemaakt tussen het waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones, die elk een eigen beschermingsregime hebben.
 
Concreet betekent dit dat voor sommige lozingen in de bodem door huishoudens alleen een check in het Blah niet voldoende is. Raadpleeg dus ook de Provinciale milieuverordening (PMV) voor eventueel strengere eisen voor deze gebieden. Zo bevatten PMV’s vaak een algeheel lozingsverbod (dus ook voor bedrijven) voor het lozen van stoffen die de bodem kunnen verontreinigen binnen een waterwingebied. Onder stoffen die de bodem kunnen verontreinigen, verstaat de provincie vaak alle afvalstoffen en niet alleen de overduidelijke verontreinigende stoffen zoals meststoffen en biociden. Omdat de Wm afvalstoffen omschrijft als ‘alle stoffen waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen’, omvat dit verbod bijvoorbeeld ook afstromend hemelwater. Wel voorzien de PMV’s meestal ook in een ontheffingsbevoegdheid voor Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie (art. 1.3 Wm). Aan zo’n ontheffing kan het bevoegd gezag (milieubeschermende) voorschriften verbinden.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel