Lozingen vanuit een IBA

Als de gemeente in het buitengebied geen riolering aanlegt en ook geen alternatieve voorziening aanbiedt, moet het huishouden zelf zorgen voor de zuivering van het afvalwater in een voorziening voor individuele behandeling van afvalwater (IBA). De IBA mag het behandelde afvalwater vervolgens in het oppervlaktewater lozen. De regels voor IBA-lozingen in oppervlaktewater staan in artikel 10 en 11 van het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah). Een huishouden mag niet (via een IBA) in het oppervlaktewater lozen als er binnen 40 meter riolering aanwezig is waarop het kan aansluiten. Als er geen riolering is, moet een IBA het afvalwater vóór de lozing behandelen.

Regels en eisen zuiveringsvoorziening (IBA)

In de Regeling lozing afvalwater huishoudens staan regels voor zuiverings- en infiltratievoorzieningen. De standaardeisen voor een zuiveringsvoorziening zijn een septic tank met een minimale inhoud van 6 m3 en een hydraulisch rendement van maximaal 10 gram. Dit een IBA type A, conform NEN-EN 12566-1.

Aanvullende eisen en maatwerkvoorschriften

Voor lozingen in het oppervlaktewater kan het bevoegd gezag afwijken van de uitgangspunten in de regeling. De waterbeheerder kan bij maatwerkvoorschrift bepalen dat een huishouden een andere zuiveringsvoorziening moet gebruiken dan die de regeling voorschrijft. Als de waterbeheerder strengere eisen wil stellen aan de zuiveringsvoorziening voor oppervlaktewaterlichamen die bijzondere bescherming nodig hebben, kan dit op basis van artikel 11 lid 3 Blah.

Minder strenge regels

Op verzoek kan de waterbeheerder ook akkoord gaan met een minder vergaande zuiveringsvoorziening (art. 11 lid 4 Blah). De waterbeheerder geeft hiervoor alleen toestemming als het belang van de bescherming van het oppervlaktewater dit toelaat. Dit betekent dat de lozingen uit die voorziening de chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater niet onevenredig mogen schaden. Op grond van artikel 11 lid 4 Blah mag de waterbeheerder daarnaast tijdelijk lozingen zonder zuiveringsvoorziening toestaan. Deze mogelijkheid geldt alleen voor aanvragen waarbij het huishouden binnen afzienbare tijd alsnog op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk aansluit.

Aanvullende eisen voor (nieuwe) lozingen buitengebied

Stel dat de gemeente een ontheffing heeft van haar rioleringsplicht in een deel van het buitengebied. Kan de waterbeheerder dan verdergaande eisen opleggen aan nieuwe of uitbreidende lozingen ten opzichte van bestaande lozingen in hetzelfde water? Het antwoord is ja. Bij een ontheffing van de gemeentelijke zorgplicht voor stedelijk afvalwater is het huishouden zelf verantwoordelijk voor de zuivering van zijn afvalwater. De Regeling lozing afvalwater huishoudens schrijft hiervoor een IBA type I voor (zie hierboven). Deze voorziening is te beschouwen als beste beschikbare techniek (BBT) om verontreiniging van oppervlaktewater en bodem door lozing van huishoudelijk afvalwater tegen te gaan. Maar de waterbeheerder kan op grond van artikel 11 lid 4 Blah bij maatwerkvoorschrift bepalen dat een andere zuiveringsvoorziening nodig is.

De waterbeheerder kan dus strengere eisen stellen dan de BBT. Deze bevoegdheid heeft hij alleen als:
  1. de lozing plaatsvindt in een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam in de zin van het Activiteitenbesluit (zie Definities);
  2. voor de milieubescherming strengere eisen nodig zijn.
Aan de tweede voorwaarde wordt in de praktijk minder snel voldaan. Volgens de toelichting van artikel 11 lid 4 Blah kan het waterschap aanvullende eisen stellen (in de vorm van een maatwerkvoorschrift) als de zuiveringsvoorziening voor het desbetreffende (deel van het) oppervlaktewater niet afdoende bescherming biedt. De waterbeheerder moet dus aantonen dat de lozing van huishoudelijk afvalwater ondanks de zuivering via IBA type I onaanvaardbare gevolgen voor de lokale waterkwaliteit oplevert. Daarnaast maakt het toetsingskader in principe geen onderscheid tussen bestaande, gewijzigde of nieuwe lozingen. Het is dan ook lastig te motiveren om wel strengere eisen dan de BBT aan nieuwe of gewijzigde lozingen te stellen, maar niet aan bestaande lozingen. Als een nieuwe lozing immers de waterkwaliteitsdoelstellingen overschrijdt of daaraan bijdraagt, doet een vergelijkbare bestaande lozing dat waarschijnlijk ook.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel