De regels voor het lozen van hemel- en grondwater kunnen niet alleen over de hoeveelheid water gaan, maar ook over de waterkwaliteit. Zo kan de gemeente in de hemel- en grondwaterverordening eisen stellen aan de verontreinigingsgraad van het te lozen hemel- of grondwater in de openbare riolering en de bodem. De gemeente moet daar wel een goede reden voor hebben. Als de lokale oppervlaktewaterkwaliteit erg slecht is, kan zij er bijvoorbeeld voor kiezen om lozingen van zink in oppervlaktewater via het openbare hemelwaterstelsel terug te dringen. Of om ophoping van verontreinigingen in de bodem te voorkomen als de gemeente infiltratievoorzieningen gebruikt om het ingezamelde hemelwater te verwerken.

Lozen van verontreinigende stoffen valt onder zorgplicht

Het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi), het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) en het Activiteitenbesluit staan hemelwaterlozingen zonder specifieke kwaliteitseisen toe. Voor het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering (zoals drainage) gelden alleen eisen voor het gehalte onopgeloste stof en ijzer. De overige stoffen die in het hemel- of grondwater kunnen voorkomen, vallen daarom onder de zorgplicht van de lozingsbesluiten. Ook van nature aanwezige hoge concentraties arseen vallen onder de zorgplicht. Perceeleigenaren die sterk verontreinigd grond- of hemelwater lozen, zijn aan te spreken op overtreding van de zorgplicht.

Zorgplicht verduidelijken

Als niet helemaal duidelijk is hoe de lozer aan de zorgplicht kan voldoen, kan de gemeente in de hemel- en grondwaterverordening regels ter verduidelijking van de zorgplich opnemen voor alle perceeleigenaren in de gemeente. Maar dit ligt niet voor de hand, omdat de meeste perceeleigenaren sowieso wel aan de zorgplicht zullen voldoen. Normaal gebruik van zinken dakgoten of gebruik van een normale hoeveelheid onkruidbestrijdingsmiddelen past immers binnen de zorgplicht. Dat hoeft de gemeente dus niet in een verordening te regelen.

Alleen kwaliteitseis voor het water zelf

Als de gemeente toch eisen wil stellen aan de toelaatbare verontreiniging van het hemel- of grondwater, dan moet dat beperkt blijven tot kwaliteitseisen voor het te lozen water zelf. Het is niet toegestaan om eisen te stellen aan activiteiten op het verharde oppervlak, zoals een verbod om bestrijdingsmiddelen te gebruiken of auto’s te wassen. De verordening mag immers alleen gaan over het lozen van hemel- en grondwater in de riolering of in de bodem. Om dezelfde reden mag de gemeente in de hemel- en grondwaterverordening geen eisen opnemen voor het gebruik van bepaalde bouwmaterialen.

Vertaal de eisen in de verordening bij voorkeur in een emissiegrenswaarde: de maximaal toelaatbare concentratie van een stof in het te lozen water (zie het voorbeeld hieronder). In de toelichting bij de verordening of in voorlichtingsmateriaal kunt u wel het verband leggen met het gebruik van bouwmaterialen of activiteiten op de particuliere verharding.

Voorbeeld kwaliteitseis

"Artikel x
Bij het lozen van afvloeiend hemelwater in een openbaar hemelwaterstelsel of in de bodem worden de volgende emissiewaarden, gemeten in een steekmonster, niet overschreden:
a. 100 microgram zink per liter;
b. 20 milligram olie per liter."

Toezicht en handhaving

De gemeente moet alleen eisen stellen in een hemel- en grondwaterverordening als het bestuur ook bereid is toezicht te houden op de naleving daarvan en handhavend op te treden bij overtredingen. Een verordening die niet wordt gehandhaafd, heeft alleen symbolische werking. Daarvoor is regelgeving niet bedoeld.

Heeft u suggesties? Laat het ons weten!

Stuur uw suggestie.
Vorige artikel Volgende artikel