A Algemeen
Een putconstructie komt in een afval- of hemelwaterstelsel veel en in vele uitvoeringen voor. Putten dienen allerlei doelen, zoals:
  • toegang bieden tot aansluitende leidingen;
  • leidingen verbinden waarbij een verandering optreedt in materiaal, middellijn, diameter, vorm of richting;
  • bijzondere voorzieningen opnemen, zoals afsluiters;
  • lozingen inleiden;
  • verschillende typen stelsels verbinden (koppelput);
  • leidingen of duikers kruisen (kruisingsput);
  • afvoer reguleren naar een benedenstrooms gebied (stuwput);
  • afvalwater afvoeren bij overschrijding van een bepaald peil (overstortput).
Een putconstructie komt bovendien in aangepaste vorm terug als pompput voor rioolgemalen.
Figuur A laat zien waaruit een standaardinspectieput kan bestaan:
  • een onderbak en tussenstukken. Beide bevatten sparingen, moffen of spie-einden voor de aansluiting van rioolbuizen. De onderbak kan een stroomprofiel hebben voor de geleiding van (afval)water;
  • een afdekplaat en manschacht of kegel(opzet)stuk;
  • een putafdekking met stellagen.

Figuur A Standaard inspectieput
 
Constructie inspectieput
De materiaalkeuze van een inspectieput hangt af van de materiaalkeuze van de aangesloten leidingen, maar beide kunnen verschillen. Leveranciers detailleren de inspectieput. Voor de constructie is dan van belang:
  • type, hoogte en kenmerken van de aansluitende leidingen (diameter, bob, hoekverdraaiing ten opzichte van een hoofdas);
  • toepassing van stroomprofiel;
  • belastingen (verkeersklasse, grondwaterstand);
  • toepassing van coating of bekleding;
  • legvolgorde van aan te sluiten leidingen.
De leverancier zet de uitgangspunten om in een puttenstaat. De opdrachtgever moet deze putten-staat eerst goedkeuren. Daarna kan de leverancier de putten produceren en leveren.
 
Aanleg
Plaatsing van inspectieputten vindt vrijwel altijd tegelijkertijd plaats met de aanleg van tussenliggende leidingen. De eisen voor de plaatsing van inspectieputten komen dan overeen met de eisen voor de aanleg van leidingen (zie Gesloten leiding).
 
Voor de plaatsing van putten is zwaar materieel nodig. Inspectieputten van beton zijn zware constructies. Ze wegen al snel meer dan 2 ton. Door de sleufhelling en het hoge gewicht luistert de inzet van hijskranen nauw om de kans op ‘overtoppen’ te beperken. Let bij de aansluiting van meer dan twee leidingen goed op de maatvoering. Putten met vaste spieën, moffen of rubberring-sparingen kunnen problemen geven in de putwand. Dit kan ertoe leiden dat u alsnog een (voldoen-de ruime) sparing moet uithakken om de buizen of buiseinden in te storten.
 
Functioneren
Functioneert een inspectieput onvoldoende, dan heeft dat direct gevolgen voor het functioneren van de gehele riolering. Bijvoorbeeld als:
  • De putwand niet waterdicht is. De inspectieput is een stapeling van verschillende elementen. Speciale mortel, rubberringen of kit dichten de onderlinge voegen af. Ook aangestorte of ingemetselde aansluitingen hebben veel invloed op de uiteindelijke waterdichtheid.
  • De fundering van de inspectieput te stijf is ten opzichte van de fundering van de aansluitende leidingen. Deze kunnen zo bij zetting afbreken door de afschuifkrachten.
  • Slib en vuil zich kunnen ophopen door onvoldoende stroomprofiel.
  • Aantasting van de putwand (binnen én buiten) optreedt. Vooral bij de inleiding van lozingen van drukrioleringen of andere persleidingen kan biogene zwavelzuuraantasting (BZA) een inspectieput (en een deel van de aansluitende leidingen) ernstig aantasten. BZA is een biochemische omzetting van rioolgas (H2S) in zwavelzuur. H2S kan ontstaan door anaërobe oxidatieprocessen in afvalwater.
  • De inspectieput bezwijkt door een te grote bovenbelasting (zwaar verkeer).
  • De inspectieput bezwijkt door een te grote waterdruk. Bijvoorbeeld bij de kneveling van putdeksels in putconstructies die nagenoeg geen trekspanningen kunnen opnemen.
  • De inspectieput opdrijft door een te hoge grondwaterstand.
  • De inspectieput zakt door een ongelijkmatige fundering door het op hoogte brengen en waterpas stellen met tegels, bakstenen of klossen.
  • De ruimte onvoldoende is voor inspectie- of onderhoudswerkzaamheden.

Reiniging van een inspectieput gebeurt tegelijkertijd met de reiniging van de aansluitende leidingen. Functioneert een inspectieput niet goed? Bij een toegankelijke put kan de beheerder reparaties uitvoeren. Zo niet, dan moet hij de put waarschijnlijk vervangen.
 
B Toepassing

C1.1 Mechanismen Transport afval- of hemelwater
  Transport onder vrijverval
  Geen bezinking van slib of vuil
  Geen ontluchting
C1.2 Neveneffecten  
C2.1 Geometrie Stroomprofiel, helling banket minimaal 15° in hwa-leidingen, minimaal 45° in
dwa-leidingen
  Aansluiting van maximaal 5 leidingen
  Aansluiting van leidingen met in putwand opgenomen moffen, spie-einden of
sparingen
  Putafmeting inwendig vierkant minimaal 1.000 mm, rond minimaal 1.250 mm, als
deze toegankelijk moet zijn voor inspectie of onderhoud; putafmeting minimaal
600 mm als dit niet noodzakelijk is
  Bovenzijde afdekplaat minstens 300 mm onder bovenkant verharding
(putrand minimaal 170 mm; stellaag minimaal 130 mm)
  Dagopening putafdekking minimaal 600 mm
  Dagmaat putdeksel standaard 520 mm
C2.2 Stabiliteit Put van beton of kunststof
  Materiaal putdeksel van gietijzer
  Materiaal stellaag van klinkers en prefabbetonrand
  Drijft niet op
  Aansluiten van leidingen met aansluitstukken van maximaal 1.000 mm of
sparingen met rubberringverbinding; in goede grondslag is deze flexibele
uitvoering bijzonder
  Fundering op staal met grondverbetering
C2.3 Voorziening  
C3.1 Techniek Prefabconstructie
  In werk gestorte aansluiting riool
  Aanleg in open sleuf samen met aansluitende leidingen
  Bemaling
  Inzet graafmachine als hijskraan
C3.2 Procedure Beproeving waterdichtheid samen met beproeving leidingen
C4.1 Beheer Reiniging samen met aansluitende leidingen eenmaal per vijf jaar
  Ronde putdeksel
  Identificatie type stelsel op putrand

Tabel A Reguliere toepassing inspectieput

C1.1 Mechanismen Inleiden lozing
  Ontluchting
  Bezinking van slib of zand
C1.2 Neveneffecten Stank
  Aantasting door turbulent, anaëroob afvalwater
C2.1 Geometrie Grote veranderingen in middellijn
  Grote veranderingen in bob-aansluitende leidingen (val- of zinkerputten)
  Kruisen van leidingen of duikers
  Opvang voor slib- of zandvang
C2.2 Stabiliteit Knevelen van putafdekking
  Coating of bekleding
  Fundering op palen
C2.3 Voorziening Aanbrengen van meetapparatuur
  Aanbrengen van afsluiters of terugslagkleppen
  Ontluchting via roosterdeksels
  Ontluchting via aparte leiding of filters
C3.1 Techniek In het werk vervaardigd (metselwerk)
  Aanleg met afstempeling/damwand
C3.2 Procedure  
C4.1 Beheer  

Tabel B Bijzondere toepassing inspectieput 
 
C Aanbevelingen
NPR 3218 geeft afhankelijk van de puthoogte minimumafmetingen aan. De toegang tot een riool is gebonden aan strenge arboregels. Is toegang tot een put niet noodzakelijk? Dan kunt u overwegen kleinere inspectieputten te gebruiken. Moet de put wel toegankelijk zijn? Kies dan voor putten van minimaal 1.000*1.000 mm of met een diameter van 1.250 mm.
Bij een put met twee leidingaansluitingen kunt u de stroming eenvoudig leiden met een stroomprofiel. Komen meer dan twee leidingen samen? Maak dan een duidelijk onderscheid naar de afstromingsrichting. Breng een hoogteverschil aan tussen de leidingen met een (dwa-)hoofdstroom en de andere inkomende leidingen. Daarmee leidt u de stroming beter in de juiste richting. Dit is een goede mogelijkheid om in een vermaasd netwerk een boomstructuur aan te brengen.

Een hoogteverschil groter dan 0,8 m leidt in de bob’s van aansluitende leidingen sneller tot extra turbulentie en vervuiling. Neem in het banket een valpijp op als geleiding. Zo laat de stroming zich bij lage debieten beter leiden.

Kies liever ronde dan vierkante putdeksels. Ronde deksels kunnen niet door de putopening in de put vallen.

U moet de ruimte voor een stellaag niet te kritisch kiezen. Putafdekkingen krijgen veel te verduren. Bij later straatwerk kan het nodig zijn de hoogte aan te passen. De dimensionering van de putrand is zodanig, dat het niet mogelijk is een putafdekking enkele centimeters lager te leggen. 

Op de putdeksels staat vaak de aanduiding van het type stelsel. Maar putdeksels worden wel eens verwijderd en omgeruild. Duid deze belangrijke identificatie daarom liever aan in de putrand, bijvoorbeeld samen met een putcode voor inspecties.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel