Er bestaan twee in-situ drainage-inspectiemethoden:
  1. Camera-inspectie.
  2. Doorsteken of doorspuiten. 
Camera-inspectie
In drainageleidingen zijn camera-inspecties mogelijk. In de praktijk vinden camera-inspecties alleen plaats in drainageleidingen die ten minste een deel van het jaar boven de grondwaterstand liggen. Het zicht in drainageleidingen vol met water is vanwege de troebelheid vaak onvoldoende. Een beperking van camera-inspecties is dat u alleen de binnenkant van de leiding ziet en niet (de staat van) de omhulling.

 
Figuur A Voorbeeld van camera-inspectie

De te gebruiken camera is afhankelijk van de diameter en lengte van de drainageleiding en de aanwezige bochten. Ledig een drainageleiding niet voor een inspectie. Met het leegpompen van de leiding neemt de verhanglijn toe, wat de toestroom naar de leiding vergroot. Hierdoor kunnen bodemdeeltjes meespoelen en kan de leiding dichtslibben (zie figuur B).
 
 
Figuur B Effect ledigen drainageleiding voor inspectie [2, 4]

Doorsteken of doorspuiten
Met het doorspuiten of doorsteken controleert u de drainageleiding op verstoppingen. De doorsteek- of doorspuitlans loopt bij verstoppingen vast. Aan de hand van de ingevoerde lanslengte bepaalt u de afstand tot de verstopping. Voer een camera-inspectie uit om de oorzaak van de verstopping te achterhalen. Of graaf de leiding op en repareer deze waar nodig. Verwerk de aanpassingen op revisietekeningen.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel