Bij de inventarisatie van infiltrerende verharding neemt u de volgende gegevens op:

  • het areaal infiltrerende verharding;
  • of de infiltrerende verharding met kolken op de riolering is aangesloten;
  • de infiltratiecapaciteit van de verharding;
  • de omvang van de hydraulische berging in het wegcunet onder de verharding;
  • de aanwezigheid van drainage, inclusief het ontvangende watersysteem en de hydraulische afvoercapaciteit van deze drainage;
  • de doorlatendheid van de ondergrond (als geen sprake is van drainage).

Areaal in kaart brengen

Infiltrerende verharding is een bijzondere vorm van open wegverharding die uiterlijk niet zo veel verschilt van gewone wegverharding. Op basis van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) of luchtfoto’s kunt u niet bepalen waar infiltrerende verharding ligt. Om het areaal infiltrerende verharding in kaart te brengen, bent u dus aangewezen op een betrouwbare revisie van de aangelegde infiltrerende verharding. Het is belangrijk dat u deze gegevens verzamelt en opneemt in het beheerpakket of op een digitale verhardingenkaart.

Hebt u geen betrouwbaar (digitaal) overzicht van de aanwezige infiltrerende verharding en de bijbehorende kenmerken, dan kunt u een veldinventarisatie doen. Maar deze optie is duur en arbeidsintensief. Bovendien is het zeer lastig om ook de ondergrondse onderdelen van het infiltratiesysteem betrouwbaar te inventariseren.

Infiltrerende verharding met kolkaansluiting op de riolering

Voor een traditioneel rioleringsmodel kunt u infiltrerende verharding modelleren in het inloopmodel. Infiltrerende verharding die met kolken op de riolering is aangesloten, is daarin te vergelijken met gewone open (klinker)verharding, zeker als de infiltrerende verharding onder een afschot ligt. Er zijn ook systemen waarbij water via kolken in de waterbergende wegfundering wordt gebracht; dan is er uiteraard geen directe invloed op de riolering. Het is dus belangrijk dat u weet hoe de kolken zijn aangesloten.

In vergelijking met gewone open verharding is de infiltratiecapaciteit van infiltrerende verharding veel groter, althans initieel. In de praktijk varieert de infiltratiecapaciteit sterk. Bovendien loopt deze terug in de tijd doordat de poriën dichtslibben. Hierdoor kan de infiltratiecapaciteit variëren tussen meer dan 2.000 mm/h en minder dan 20 mm/h1. Er is geen betrouwbare standaardwaarde voor de infiltratiecapaciteit van infiltrerende verharding die enkele jaren oud is. U kunt de infiltratiecapaciteit bepalen door waterproeven te doen. U kunt ook met het rekenmodel een gevoeligheidsanalyse uitvoeren door te variëren met de infiltratiecapaciteit.

Infiltrerende verharding zonder aansluiting op de riolering

Infiltrerende verharding die niet met kolken op de riolering is aangesloten, kunt u in een traditioneel 1D-rioolmodel beschouwen als afgekoppelde weg of onverhard oppervlak.

Rekent u met infiltrerende verharding in een maaiveldmodel (al dan niet met rioleringsmodel), dan kent u aan het areaal infiltrerende verharding de infiltratiecapaciteit toe. Het maaiveldmodel berekent zelf of de verharding afvoert naar de riolering of een ander stedelijk deelwatersysteem.

Rekent u een specifiek infiltratiesysteem inclusief infiltrerende verharding door in een reservoirmodel ? Dan moet u de berging in het wegcunet en de afvoercapaciteit van de drainage c.q. de infiltratiecapaciteit van de ondergrond weten voor respectievelijk de berging en afvoercapaciteit van het reservoir. U kunt beter gebruikmaken van lokale metingen van de grondwaterstand en infiltratiesnelheid, dan van aannames of kengetallen.


1 Advokaat, J. (2016). Het waterpasserend vermogen van waterpasserende verhardingen; praktijk- en laboratorium onderzoek naar de invloed van dichtslibbing op het waterpasserend vermogen van waterpasserende verhardingen. (Scriptie). Hogeschool Rotterdam in opdracht van gemeente Rotterdam, Rotterdam.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel