Functie
Een infiltratie-unit is meestal een constructie van kunststof. De infiltratie-unit bevat een ondergrondse berging voor regenwater; de vorm van de berging is vaak blokvormig, maar soms ook bol- of koepelvormig. De units zijn meestal te koppelen tot grotere eenheden. De units kunnen het regenwater bufferen. Vervolgens kan het water uit deze buffers in de bodem infiltreren en naar het grondwater stromen. De infiltratie-unit bevat bij voorkeur enige mate van vuilverwijdering, zoals een kolk, een zandvangput en/of een bladvanger. De vuilverwijdering voorkomt dat bladeren, takjes, zwerfvuil of slib de infiltratie-units vullen. Om de bovenzijde en zijkanten van de unit, of van een aantal units samen, zit meestal een geotextiel. Dit textiel voorkomt dat bodemmateriaal binnendringt, maar kan ook tot versnelde dichtslibbing leiden. De units moeten een overloop bevatten die het teveel aan water afvoert, bijvoorbeeld naar het oppervlaktewater.
 

Figuur A Dwarsdoorsnede van een infiltratie-unit
 
Onderzoek en beheermaatregelen
In tabel A staat een overzicht van de onderzoeksactiviteiten en beheermaatregelen voor de infiltratie-unit. De tabel onderscheidt vier categorieën maatregelen, op grond van de wijze van aansturing.
 

Tabel A Samenhang van de beheeractiviteiten van de infiltratie-unit

Toetsingscriteria
De criteria voor het ontwerp van de voorziening vormen ook de basis voor de toetsing van de voorziening. Als de voorziening erg van deze ontwerpcriteria afwijkt, dan is (mogelijk) ingrijpen gewenst. In de praktijk kunt u soms snel vaststellen of er iets mis is met het functioneren van infiltratie-units aan de hand van een aantal toetsingsindicatoren. Als deze indicatoren de ingrijpmaatstaf overschrijden, is ingrijpen gewenst (zie tabel B).
 
  Indicator Ingrijpmaatstaf
1 Water op straat > 4 - 8 uur na het einde van een bui
2 Overloop (als dat zichtbaar is) > 1 keer/maand
3 Meldingen van bewoners/wijkbeheerder Serieuze melding/opmerking
Tabel B Toetsingsindicato-ren van de infiltratie-unit

Als een voorziening de ingrijpmaatstaf overschrijdt, kunt u op basis van de indicatoren in tabel B onderzoeken wat de oorzaak daarvan is. Dit onderzoek richt zich op de afwijkingen ten opzichte van de ontwerpcriteria. In tabel C staat aan welke toetsingscriteria infiltratie-units moeten voldoen. U gebruikt de criteria in deze tabel ook om na te gaan of het reguliere onderhoud bijgesteld moet worden.
 
  Omschrijving Ingrijpmaatstaf t.o.v. ontwerpwaarde Ingrijpmaatstaf-indicatie
1 Infiltratiepercentage < 70 - 90% -
2 Infiltratiecapaciteit < 50% < 0,5 m./dag
3 Ledigingstijd > 200% > 24 - 48 uur
4 Ledigingstijd < 25 - 50% < 6 - 8 uur
5 Overstortingsfrequentie > 200% -
6 Berging < 70 - 90% -
7 Vervuiling bodem > Streef-/toetsingswaarde > Streef-/toetsingswaarde
8 Vervuiling grondwater > Streef-/toetsingswaarde > Streef-/toetsingswaarde
Tabel C Toetsingscriteria van de infiltratie-unit

Tabel C relateert de ingrijpmaatstaf aan een (procentuele) afwijking van de ontwerpwaarde. Als de ontwerpwaarde niet bekend is, staat er in de tabel waar mogelijk ook een absolute waarde als ingrijpmaatstaf. In sommige gevallen is die absolute waarde niet mogelijk, omdat deze sterk afhankelijk is van het ontwerp.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel