A Algemeen
Een infiltratie-element is een ondergrondse voorziening die op één locatie hemelwater bergt en infiltreert. Het teveel aan hemelwater stroomt via een overloop naar oppervlaktewater of naar een laagte in het terrein.

Infiltratie-elementen onderscheiden zich van infiltratiebuizen door een veelheid aan vormen en afmetingen. Zo bestaan er:

  • infiltratiekolken;
  • grindkoffers;
  • infiltratieboxen of -kratten;
  • infiltratiebollen;
  • tunnelelementen;
  • honingraatblokken.

Door enkele elementen aan elkaar te koppelen, vergroot u het bergingsvolume.

Geotextiel
Sommige elementen hebben bij levering standaard een geotextiel dat inspoeling van grond en zanddeeltjes voorkomt. Maar bij de aanleg van infiltratieelementen in een grotere voorziening wordt het geotextiel in het werk aangebracht. Om te voorkomen dat het geotextiel verstopt raakt, kunt u als voorzuivering een blad- en zandvang aanbrengen.

Overlappingen tussen geotextielbanen moeten aan de bovenzijde minimaal 0,4 m breed zijn, aan de langszijde minimaal 0,5 m. Vanwege de flexibiliteit van de constructie bij vervorming van de omliggende grond mag u de geotextielbanen niet verlijmen.

Twee typen geotextiel zijn gangbaar:

  • non-woven (vilten of vliezen);
  • woven (weefsels).

Voor geotextiel zijn de eisen voor waterdoorlatendheid en zanddichtheid het belangrijkst.

Aanleg
Let bij ontgraving van de sleuf op de volgende aandachtspunten:

  • Ruw de sleufwand op en doorspit de grond naast de sleuf (of woel de grond om).
  • Beperk het rijden langs de sleuf zo veel mogelijk door in één gang de sleuf te ontgraven en de voorziening te realiseren.
  • Sla het geotextiel over de infiltratie-elementen en stort afdekmateriaal uit boven de overlap, om te voorkomen dat het geotextiel verschuift.
  • Druk de grond voor de toplaag niet aan.
  • Combineer de voorziening met drainage naast of onder de voorzieningen in gebieden met hoge grondwaterstanden.

Verwijder tijdens het uitgraven scherpe voorwerpen, zoals brokken steen, beton, stukken ijzer en boomwortels. Graaf de sleuf iets dieper dan de ontwerpdiepte en breng op de bodem een laag (drain)zand aan.

Infiltratie-elementen zijn gevoelig voor instroming van zand en ander sediment. De capaciteit loopt daardoor terug. Houd er bij de dimensionering rekening mee dat de bodem van de voorziening op termijn door dichtslibbing nauwelijks bijdraagt aan de infiltratiecapaciteit. De voorziening is lastig schoon te maken. Besteed daarom extra aandacht aan de zand- en slibvang via straatkolken of andere voorzieningen.

B Toepassing

C1.1

 
Mechanismen

 
Inzameling, berging en infiltratie van hemelwater
(Verticaal) transport onder vrijverval
Bezinking van zand, slib en vuil
C1.2 Neveneffecten
C2.1



 
Geometrie



 
Minimale dekking elementen van 0,5 m tot 1,10 m
Geen afschot
Samenstelling van meerdere elementen
Inlaten voor kolk- en perceelaansluitingen
Kruising (nuts)leidingen
C2.2
 
Stabiliteit
 
Materiaal van kunststof (PE, PP, PVC)
Fundering op staal met grondverbetering (drainagezand)
C2.3 Voorziening Standpijp tot aan maaiveld voor inspectie en reiniging
C3.1 Techniek Prefabelementen, handmatig aan te brengen
Aanleg in open sleuf
C3.2 Procedure Beproeving infiltratiecapaciteit
C4.1
 
Beheer
 
Inspectie minimaal één keer per jaar
Reiniging zand- en slibvang één tot twee keer per jaar

Tabel A Reguliere toepassing infiltratie-elementen

C1.1 Mechanismen Inzameling, berging en infiltratie van verontreinigd hemelwater
C1.2 Neveneffecten
C2.1 Geometrie
C2.2
 
Stabiliteit
 
Bovenbelasting in relatie tot het kunnen verdichten van grond boven kunststof
elementen
C2.3 Voorziening
C3.1 Techniek Afwatering tijdens bouwfase
C3.2 Procedure Toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden
C4.1 Beheer

Tabel B Bijzondere toe-passing infiltratieelementen

C Aanbevelingen
Infiltratie-elementen infiltreren hemelwater op één locatie en ontlasten hierdoor het rioolstelsel. Bij overschrijding van de capaciteit kan water blijven staan in de buurt van de infiltratievoorziening. De verleiding is groot om een overloop te maken naar de riolering. Doe dit alleen bij hoge uitzondering en dan vooral in tijdelijke situaties.

Gebruik bij voorkeur non-woven doek, ondanks de grotere gevoeligheid voor wortelingroei. Een non-woven doek heeft een grotere zanddichtheid en een hogere infiltratiecapaciteit.

Breng rondom de infiltratievoorziening minimaal 30 cm drainagezand aan. Het geotextiel moet strak tegen de wanden van het infiltratieelement aansluiten en goed rondom de inlaten zitten. Daarmee voorkomt u dat zand in de voorziening komt of dat het geotextiel scheurt bij onvoldoende rekcapaciteit.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel