Water infiltreert in de bodem via doorlatende verharde oppervlakken (zoals klinkerverharding) en onverharde oppervlakken. Maar infiltratie speelt ook een rol bij groene daken . De infiltratiecapaciteit van onverhard oppervlak wordt vooral bepaald door de aard van de begroeiing, de grondsoort en het vochtgehalte in de bodem. Daarnaast kunnen nog andere factoren van belang zijn. Zo is de doorlatendheid van bijvoorbeeld klinkerverhardingen afhankelijk van de toestand van de voegen. Ook de helling speelt een rol. De in de praktijk waargenomen infiltratiecapaciteit van onverharde oppervlakken varieert van enkele mm/h tot meer dan 100 mm/h. Vooral het (variabele) vochtgehalte van de bodem is een belangrijke reden waardoor de infiltratiesnelheid flink kan variëren tijdens een bui.

Reeksberekeningen

Met name bij reeksberekeningen is het van belang dat u de dynamiek van de infiltratiecapaciteit meeneemt. Immers bij een opeenvolging van buien kan de beginconditie van de infiltratiecapaciteit (en indirect de beschikbare oppervlakteberging) nogal variëren, afhankelijk van de hersteltijd en de tijd tussen de buien. Als u aanneemt dat bij aanvang van elke bui de volledige infiltratiecapaciteit beschikbaar is, onderschat u de neerslaghoeveelheden die naar het rioolstelsel stromen. Verder is het van belang dat het aanvangstijdstip van het herstel van de infiltratiecapaciteit klopt: het herstel begint pas nadat het water dat geborgen is op het oppervlak door de combinatie van verdamping en infiltratie is afgevoerd. Dit is niet gelijk aan het tijdstip waarop de bui eindigt, maar later. Met name in reeksberekeningen (opeenvolging van buien) is het van belang dit juist te modelleren. Zie ook 'Infiltratiemodel Horton'.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel