Gemeenten lozen stedelijk afvalwater vanuit de riolering in de regel in een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) van het waterschap. Hiervoor heeft de gemeente geen vergunning op grond van de Waterwet nodig (art. 6.2 lid 2 Wtw). Lozingen in het openbare vuilwaterriool zijn immers al gereguleerd (en aan voorwaarden gebonden), met name in het Activiteitenbesluit en het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). De gemeente transporteert het afvalwater – dat op grond van deze regels in het riool mag worden geloosd – naar de rwzi. Daarmee is de situatie milieuhygiënisch gezien voldoende in de hand te houden.

Samenwerken op basis van afspraken

Voor de aansluiting van de gemeentelijke riolering op een rwzi of een eindgemaal van het waterschap was bij sommige waterschappen een aansluitvergunning nodig. De grondslag daarvoor was de aansluitverordening die waterschappen hadden vastgesteld. Met de komst van de Waterwet (eind 2009) is de aansluitvergunning niet langer toegestaan. De Waterwet bepaalt namelijk dat waterschappen en gemeenten hun taken en bevoegdheden op elkaar afstemmen met het oog op een doelmatig en samenhangend waterbeheer (artikel 3.8). De formulering van dit artikel sluit vrijblijvendheid uit. Beide overheden kunnen niet zonder elkaar om de wateropgaven te midden van de andere gemeentelijke opgaven op aanpalende beleidsterreinen efficiënt en effectief uit te voeren. Gemeente en waterschap zijn wel vrij in wat en hoe zij afstemmen. Dat kan ook niet anders, gezien de uiteenlopende lokale problematiek.

Overal waar maatregelen in de gemeentelijke leidingen en/of in de zuiveringstechnische werken van het waterschap op het programma staan, moeten gemeente en waterschap hierover afspraken maken. Te beginnen met het bepalen van de doelstellingen in het gebied van de rwzi. Dus bijvoorbeeld nagaan wat allemaal wordt afgevoerd naar de rwzi, maar ook wat juist niet. En wat de uiteindelijke kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater moet zijn, dus van het water waarin het rwzi-effluent terechtkomt. In de praktijk maken gemeente en waterschap dergelijke afspraken in onder meer een (regionaal) bestuursakkoord, stedelijk waterplan, gemeentelijk rioleringsplan of (afval)waterakkoord. Meer informatie over de samenwerking tussen gemeente en waterschap vindt u bij Samenwerking in stedelijk waterbeheer.

Aansluitverordening is onwenselijk

Wettelijk gezien is gebruik van de aansluitverordening overigens niet verboden, want artikel 78 van de Waterschapswet geeft het waterschap formeel de bevoegdheid een aansluitverordening vast te stellen. Maar het ministerie van Infrastructuur en Milieu (nu: Infrastructuur en Waterstaat) en de Tweede Kamer hebben nadrukkelijk aangegeven dat samenwerken op basis van (bestuurlijke) afspraken het uitgangspunt is en het werken met een aansluitverordening onwenselijk (zie ook de brief van 15 januari 2010, vergaderstuk 28 966 Waterketen, nr. 21). Dit is in lijn met afspraken die de Unie van Waterschappen (UVW) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben gemaakt. Dit is nog eens benadrukt in het Bestuursakkoord Water 2011: “Waterschappen passen de aansluitverordening niet meer toe. In aanvulling hierop richten gemeenten en waterschappen hun verordeningen zo in dat de wederzijdse taakuitoefening niet belemmerd wordt en doelmatig plaats kan vinden.”

Grens zorgplichten gemeente en waterschap

De wetgever heeft het eindpunt van het riool niet gedefinieerd. Artikel 3.8 van de Waterwet verplicht gemeente en waterschap ook afspraken te maken over begin- en eindpunt van de riolering (het overnamepunt). Waar het waterschap het stedelijke afvalwater overneemt, houdt de zorgplicht van de gemeente op. Meestal blijkt dit bij het eindgemaal te zijn, maar de eigendom van dit gemaal speelt ook een rol. Soms is het eindgemaal van de gemeente, soms van het waterschap. Dat geldt ook voor persleidingen die het afvalwater van het pompgemaal naar de rwzi verpompen. Soms is zelfs sprake van gezamenlijke eigendom van gemalen en/of persleidingen. Via contracten regelen gemeente en waterschap dan hoe de eigendomssituatie is en vooral ook hoe zij (extra) kosten en eventuele schade verdelen. Als een waterschap bijvoorbeeld een zuiveringsinstallatie wil of moet verplaatsen, moet ook de gemeente (extra) kosten maken om ervoor te zorgen dat het afvalwater bij de (verder gelegen) nieuwe zuivering terechtkomt. En als de gemeente de riolering wil uitbreiden voor de aanleg van een nieuwe woonwijk, zijn financiële afspraken nodig over bijvoorbeeld de vraag wie de nieuwe persleiding betaalt.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel